In mijn blog van 27 juli kondigde ik aan:
Mogelijke update - Mochten er in de week van 28 juli nog meer studenten-papers op Bodhitv.nl geplaatst worden of mochten er alsnog antwoorden op mijn email-vragen komen, dan vermeld ik dat hier begin augustus.
Nieuwe papers zijn uitgebleven, kennelijk zijn er zes bachelor-studenten, althans zes die hun paper beschikbaar hadden gesteld. Verder heb ik de redactie van Bodhitv van m'n blog op de hoogte gesteld. Ze hadden dit inmiddels op hun website kunnen vermelden, zeker in deze komkommertijd met veel herhalingen.
Jammer is het ook dat de VU (met name van der Braak) niets van zich heeft laten horen.
Dus geen update
Alleen twee reacties van mij in het BoeddhistischDagblad over dit thema en een boekaankondiging.
===========================================================
Toch een kleine update, van 7 augustus:
De BZI laat me informeel weten: het BZI-bestuur informeert tijdens de BUN ALV de boeddhistische gemeenschap over plannen en voortgang en niet aan individuen.
Alleen jammer (vind ik dan weer) dat 'de boeddhistische gemeenschap' daar geen vragen kan stellen en ook de notulen van die ledenvergadering niet te zien krijgt.
De redactie van Bodhitv laat me weten, geen gebruik te maken van m'n aanbod m'n blog-teksten over Vukeleku om te werken tot een artikel voor hun site; wel hebben ze (op mijn dringende verzoek) de term 'boeddhistisch geestelijk leider' bij het gewraakte van der Braak-videootje vervangen door 'boeddhistisch geestelijk verzorger'. Verder zijn de concept-papers op de Bodhitv-web site vervangen door gecorrigeerde versie, ik ga dat in mijn blog van 27 juli aanpassen.
===========================================================
Voor het geval er echt een opleiding tot BGV gaat komen, weer wat literatuur.
Engelstalig, maar dat kan geen probleem zijn op master-niveau.
Afgelopen najaar heb ik gewezen op de reader ' The Arts of Contemplative Care
Pioneering Voices in Buddhist Chaplaincy and Pastoral Work '
Edited by C.A. Giles and W.B. Miller
Zie hier
Dit boek is door de VU wel genoemd in hun document (van februari al weer), maar ik zou niet weten waar het plaats zou moeten krijgen in de éénjarige master waarvan de eerste helft algemeen (christelijk?) is en de studenten zelf de tweede helft moeten vormgeven.
Volgens mij heeft de VU Faculteit der Godgeleerdheid ook helemaal geen docent 'boeddhistisch geestelijke verzorging'.
Maar toch, nog een bruikbaar boek, van de Amerikaanse buddhist chaplain Danny Fisher .
Hier de aankondiging van hemzelf:
" My new book Benefit Beings!: The Buddhist Guide to Professional Chaplaincy is now available! I describe it this way:
Benefit Beings! was written to help Buddhists engaged in professional chaplaincy work in North America, and those who wish to join their ranks. The book is organized into several chapters, each offering a brief history of a particular chaplaincy (with special attention on relevant events for Buddhists); an explanation of the requirements for service as a professional chaplain in that field (again, with an understanding that the intended reader is a practicing Buddhist); and an examination of the work done by Buddhists in that chaplaincy (including positions held, scholarship produced, and so on).
In other words, if you want to become a career Buddhist chaplain, then this is the book for you! “
Er kan in gebladerd (en eventueel besteld) worden via Amazon .
==========================================================
Twee reacties de afgelopen week in het BoeddhistischDagblad met daar tussen in twee van anderen in de thread Tot 14 juli inschrijven .
…. ik heb m’n vragen gesteld aan de VU en aan de Boeddhistisch Zendende Instantie (BZI) Die van hierboven maar ook over de ‘curriculumcommissie‘ die deze instanties samen zouden opstarten; en die de opleiding tot ‘buddhist chaplain’ vorm moet gaan geven. Helaas heb ik nog geen antwoord er op ontvangen.
Daarover maar ook over de huidige bachelor-opleiding heb ik een nieuwe blog geschreven .
Een andere aanleiding daarvoor was, dat de website van Bodhitv.nl de afgelopen week elke dag een essay van de studenten heeft geplaatst. Die vat ik samen en geef er op van de mij bekende vriendelijke manier commentaar op. Het strengst nog op de pretentie van de VU dat het (?) boeddhisme naast een persoonlijke ook een maatschappelijke transformatie zou kunnen bewerkstelligen.
Iemand reageerde met: een maatschappelijke transformatie? Brrrr….dat klinkt als missie en staat haaks op de Boeddha dharma. Daarin gaat het juist om (maatschappelijk) te onthechten en de eigen geest te transformeren, niet die van een ander. Ik kan slechts gissen welke Christelijke ambitie hier een rol speelt.
En een ander: … even puur op het algemene concept, niet persé op hoe de VU ermee omgaat.
Boeddhisme _zonder_ blik naar buiten, zonder de wens vanuit het diepst van je hart ook anderen te helpen net zoals Dharma jou helpt, is geen boeddhisme doch navelstaarderij. Het essentieele element van Metta en Karuna in de praktijk gebracht ontbeert dan.
Dat is geen missie in de zin van anderen willen bekeren, dat is gewoon anderen willen helpen – Geëngageerd Boeddhisme dus. En natuurlijk, je kunt anderen alleen écht helpen voorzover je zelf verder blijft ontwikkelen, onthecht, transformeert etc. – anders is het de lamme die de blinde helpt. De truuk is om Geëngageerd te handelen zonder de huidige op haat-begeerte-ontwetendheid gebaseerde maatschappij als gegeven te beschouwen; van die mindset moet je inderdaad onthechten, maar niet van je diepe betrokkenheid met het welzijn van je medemens.
Mijn reactie: Ik weet niet zeker wat precies de bedoeling is.... Ook niet of er hier van een ‘Christelijke ambitie’ sprake is. ‘Transformatie’ beschouw ik als een ander woord voor: ‘het ontwaken’, zoals bedoeld door de Boeddha.
De idee is dat men niet alleen zichzelf op het boeddhistische pad tot ‘ontwaken’ probeert te brengen, in kleine stapjes (ik) of met grotere stappen (anderen kunnen dat mogelijk); maar dat men ook de medemensen probeert daar in en daar mee te helpen. Of dat echt kan, anderen helpen, weet ik eigenlijk niet zeker, maar het zeker de moeite waard het te proberen, en de intentie is op zichzelf (en voor zichzelf) al van waarde.
Maar de ideeen gaan verder: niet alleen ‘anderen’, maar ook een collectief (de maatschappij, een land bv) tot een boeddhistische gemeenschap te maken. Dan haak ik af, daar geloof ik niet in, dat lijkt me in potentie ook nog eens gevaarlijk (het is een heilstaat-gedachte). En hoort m.i. ook niet tot de wetenschappelijke benadering van het boeddhisme.
Het zijn mogelijk de opvattingen van (prof) André van der Braak, maar dan verwoord door zijn studenten. En misschien heb ik die ook nog eens verkeerd begrepen. Daarom schrijf ik in m’n blog “Deze maatschappelijke transformatie die het boeddhisme of de beoefening ervan (door een heleboel tegelijk, neem ik aan) zou bewerkstelligen daar moeten we – boeddhisten en (amateur) boeddhologen – het maar eens met André in een goed gesprek over hebben. ...”
==========================================================
Tot zover de berichtgeving
* over de opleiding tot boeddhistisch geestelijke verzorger; en
* over de boeddhistische heilstaat.
Als er nieuws is deze maand, meld ik het wel weer.
Maar ik vermoed dat er niets gebeurt.
Posts tonen met het label geëngageerd boeddhisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geëngageerd boeddhisme. Alle posts tonen
zaterdag 3 augustus 2013
zaterdag 27 juli 2013
VU-kul: voorbeelden, onmogelijkheid en onduidelijkheid bij op te leiden beroepsboeddhisten
Onder de melige maar al jaren gebruikte titel Vukelekuu! Word wakker met de VU! stond er de afgelopen week elke dag een essay op de website van Bodhitv , geschreven door studenten van de (bachelor) studie boeddhisme bij de VU.
Ik heb de inmiddels gepubliceerde essays (papers) met belangstelling gelezen en zal er hieronder wat commentaar op geven.
Eerst echter een ook op de site van Bodhtv geplaatste video van en met prof. André van de Braak, de enige boeddhist (of is Annewieke Vroom dat ook?) en boeddholoog (?) bij de VU, op 17 juli geplaatst, over deze opleiding, die als inleiding op de serie moet gelden.
Zie video André van der Braak
Dit onder de titel: “ Beroeps boeddhist worden? Dat kan! “
Laat ik meteen maar duidelijk zijn: ik denk dat dat niet kan .
Niet, om jonge mensen de illusie te geven dat 'boeddhist zijn' een beroep is, en dat er (behalve mogelijk voor een enkeling als geestelijk verzorger) een baan te vinden als boeddhist.
En niet, omdat daartoe een onzalige tweedeling dreigt te ontstaan tussen betaalde academische boeddhisten en onbetaalde (behalve met dana) boeddhistische leraren.
Men zal zeggen: je gebruikte de term 'beroepsboeddhist' toch zelf ook, Joop? Zeker, maar wel als scheldwoord, in afkeurende zin om de paar mensen mee aan te duiden die hebben geprobeerd van het boeddhisme in Nederland een 'zuil' te maken, daar zelf een baan in wisten te bemachtigen; en daarmee het Nederlandse boeddhisme in een ongewenst spoor wisten te brengen. Het hoogtepunt daarvan ligt overigens al weer achter ons (net zo als de groei van het boeddhisme in Nederland die al weer voorbij is, hoewel de André van de Braak nog stelt in de aankondiging van de video: “ De belangstelling voor het boeddhisme is sterk groeiende in Nederland ”).
De inleiding van van der Braak vervolgt met de mededeling dat je dan na de opleiding “academisch gevormd boeddhisme-deskundige” (boeddholoog' zeggen ze elders) wordt. Inderdaad, hoewel in een werkeloze vorm, vermoed ik. Maar dan stelt hij dat je als zo'n “... deskundige bijdraagt aan de verdere integratie van het boeddhisme in de Nederlandse samenleving. En vanuit het boeddhisme meedenken over spirituele oplossingen voor maatschappelijke problemen in Nederland en daarbuiten.”
Over beide (VU-)pretenties heb ik de grootst mogelijke twijfel.
Je kan na de bachelor boeddhisme ook de aansluitende master en ambtsopleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger gaan doen. Over het wel en wee van die opleiding heb ik een serie vragen, die ik ook aan de VU heb gesteld en waar ik hieronder – als tweede paragraaf van deze blog – nog eens naar verwijs.
============================================================
Van de essays zijn er twee versies: de volledige versie (pdf-formaat) t.b.v. de studie en een door de redactie van Bodhitv ingekorte versie op de website. Ik heb de lange versies gelezen, die zijn inclusief de zichtbare verbeteringen (door André?) van type- en taalfouten, een beetje genant.
[Update 7 augustus: dit betrof de versie van de papers die tot 5 augustus op de site van Bodhitv stonden, nu staan er de - onzichtbaar - gecorrigeerde versies op]
Het betreft vooral verslagen van bezoeken aan sangha's (terwijl de meeste boeddhisten en mensen met daadwerkelijke affiniteit tot het boeddhisme ongeorganiseerd zijn).
In volgorde van publicatie gaat het om:
Corine de Jong ;
Bodhisattva’s op de Zeedijk
Een bezoek aan de He Hua Tempel
korte versie en lange versie
Marjolein Shiamatey ;
De link tussen het boeddhisme en de verbondenheid
in de Nederlandse maatschappij
O.a. gesprek met leidster van een 'Leven in Aandacht'-sangha
korte versie en lange versie
Dominique Kribben ;
DE KRIJGER EN HET KAPITALISME
Shambala in de hedendaagse maatschappij
korte versie en lange versie
Pieter van der Kulk ;
MAITREYA INSTITUUT
Boeddhistische stervensbegeleiding in Nederland
korte versie en lange versie
Maud Snijders ;
“Verander de wereld begin bij jezelf”
De relatie tussen boeddhistische beoefening en
maatschappelijke transformatie in de traditie van Thich Nhat Hanh
korte versie en lange versie
Annelies van der Drift ;
Het menselijk gezicht van Maha Karuna Ch'an
Je kunt er niet uitvallen
korte versie en lange versie
============================================================
Wat me bij het lezen onder andere interesseerde was of de schrijver enige kritische distantie toonde ten opzicht het object van zijn of haar studie?
Die was er, in redelijke mate; bij het essay over Shambala in mindere mate.
Volgens mij bevat de onderzoeksvraag van deze auteur wat veel impliciete opvattingen: “Hoe kan het pad van de Krijger een rol spelen bij maatschappelijke transformatie? ”
M'n probleem bij het (eerste) essay over Leven in Aandacht is een ander. De auteur geeft de collegestof van haar docent weer en dat kan ik haar dus niet kwalijk nemen: “ De bijdrage van het boeddhisme aan de verbondenheid in Nederland vindt dan ook plaats via vele deuren. Deze zijn volgens Andre van der Braak, hoogleraar boeddhistische filosofie aan de Vrije Universiteit, in vijf lijnen te verdelen.
…
De vijfde lijn is de lifestyle lijn ook wel boeddhisme “light”: Een voorbeeld hiervan is het hebben van een boeddhabeeld zonder dat men echt beoefent. Hieronder vallen ook de mindfulness trainingen. Deze creëren verbondenheid doordat mensen, wat zij leren in een training of wat zij reflecteren als zij stil staan bij een boeddhabeeld, kunnen delen met andere mensen. Hierdoor kunnen disconnecties zoals ruzies of burn-outs mogelijk voorkomen worden. ”, en gaat na waar dit bij de 'Leven in Aandacht'-sangha op neer komt.
Ik heb het niet zo op 'buddhism lite' (zo schrijven Amerikaanse critische boeddhisten dit woord), vind dat gewoon geen boeddhisme. Het is waarschijnlijk geen slechte levensfilosofie, maar noem het geen boeddhisme.
En ik vraag me af of bij de (protestante) theologie-opleiding bij de VU ook zo achteloos over ' Christendom-light ' wordt gesproken.
En dan heb ik het nog niet over het bedenkelijke concept 'verbondenheid'.
Het essay over de Chinese Tempel, beter te noemen He Hua Tempel was informatief en toonde voldoende distantie. Eén vraag bleef bij me open: wat wordt toch met 'humanistisch' bedoeld in deze traditie?
De paper over stervensbegeleiding bij het Maitreya-instituut is meer dan het verslag van een bezoek, het is tegelijk een beschouwing over de dood, het stervensproces en stervensbegeleiding. Hoewel de distantie t.o.v. Maitreya-instituut en de Gelugpa-traditie gering is, zeer informatief.
In het essay 'Verander de wereld, begin bij jezelf ' zegt de auteur: “Thich Nhat Hanh hecht veel waarde aan het deel uit maken van een sangha. De sangha’s willen een laagdrempelige plek zijn waar gelijkgestemde mensen elkaar kunnen ontmoeten en mediteren. Het is ook mogelijk om als beoefenaar zelf een sangha te beginnen. Hiervoor is geen speciale kennis of veel ervaring nodig, ook hoef je geen transmissie te hebben ontvangen als dharmaleraar.” Dit verbaast me, ik ga dat toch eens uitzoeken.
Verder ben ik blijven hangen aan de opinie “In de aandachtstraditie van Thich Nhat Hanh is weinig nadruk op studie en teksten, het accent ligt op ervaren en beleven.”, denkend aan de boeken van Thich over bijvoorbeeld de Satipatthana Sutta, de Anapanasati Sutta, de Hart Sutra en over teksten van Vasubandhu.
Tenslotte over dat 'veranderen van de wereld'. In de conclusie wordt gezegd “Het boeddhisme van Thich Nhat Hanh is geëngageerd, het gaat hem nadrukkelijk om het vertalen van de inzichten van de Dharma naar het dagelijkse leven; nogal een beperkte invulling van wat 'geëngageerd' is, wat 'de wereld veranderen' is. Toen Thich jong was, werd daar wel wat anders onder verstaan: protesteren bijvoorbeeld, bezetten, kopersstakingen organiseren, etc.
Het essay over Maha Karuna Chan is goed opgebouwd. Omdat ik al veel (auto)biografische informatie over Ton Lathouwers heb gelezen en gehoord, bevatte een aantal paragrafen niet veel nieuws.
Het meest interessant (voor mij) was de vraag “Welke is de relatie tussen persoonlijke en maatschappelijke transformatie, vanuit het inzicht van de Maha Karuna Ch'an?" En de antwoorden die er op worden gegeven door Ton; of eigenlijk: niet gegeven. Primair gaat het om het beoefenen van compassie , voor zichzelf en voor anderen. Daar is niets mis mee, het is zelfs de kern van het boeddhisme, ook voor mij. Maar een aanzet tot een soteriologische en sociologische transformatie van de samenleving lees ik niet in de beschouwing van Ton Lathouwers. En dat treft want dat kan m.i. ook niet.
============================================================
Hoe gaat het met de opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorger ?
Twee weken geleden nam ik in m'n blog een serie vragen op die ik begin juli aan de VU heb gesteld over de stand van zaken met de 'ambtsopleiding', één van de opleidingen tot de bovenbedoelde 'beroepsboeddhist' dus. Zie m'n paragraaf 'B. Brieven aan de VU en erover ' . Op deze vragen heb ik, ondanks herinneringsmails, nog geen antwoord gekregen.
Ook heb ik deze vragen gesteld aan Artho Jansen en Gertjan Mulder, voorzitter c.q.bestuurslid van de BZI, de instantie waar boeddhistisch geestelijk verzorgers in spé zich moeten vervoegen. Stilte.
Het raadsel van de ambtsopleiding blijft nog wel even bestaan: de VU heeft er kennelijk belang bij (visitatiecommissies ?) er niets over te zeggen en de BZI (is m'n indruk) weet van toeten noch blazen.
Arme studenten.
============================================================
Samenvattend:
– Dat 'beroepsboeddhist' worden waarover André van der Braak het in zijn videoboodschap heeft, kan dan ook in de light-vorm?
" Wat doe je voor de kost?"
" Ik ben beroepsboeddhist-light "
– Deze maatschappelijke transformatie die het boeddhisme of de beoefening ervan (door een heleboel tegelijk, neem ik aan) zou bewerkstelligen daar moeten we – boeddhisten en (amateur)boeddhologen - het maar eens met André in een goed gesprek over hebben.
– Die ambtsopleiding tot 'buddhist chaplain', na de éénjarige master,
moeten we die maar niet vergeten?
============================================================
Mogelijke update
Mochten er in de week van 28 juli nog meer studenten-papers op Bodhitv.nl geplaatst worden of mochten er alsnog antwoorden op mijn email-vragen komen, dan vermeld ik dat hier begin augustus.
Ik heb de inmiddels gepubliceerde essays (papers) met belangstelling gelezen en zal er hieronder wat commentaar op geven.
Eerst echter een ook op de site van Bodhtv geplaatste video van en met prof. André van de Braak, de enige boeddhist (of is Annewieke Vroom dat ook?) en boeddholoog (?) bij de VU, op 17 juli geplaatst, over deze opleiding, die als inleiding op de serie moet gelden.
Zie video André van der Braak
Dit onder de titel: “ Beroeps boeddhist worden? Dat kan! “
Laat ik meteen maar duidelijk zijn: ik denk dat dat niet kan .
Niet, om jonge mensen de illusie te geven dat 'boeddhist zijn' een beroep is, en dat er (behalve mogelijk voor een enkeling als geestelijk verzorger) een baan te vinden als boeddhist.
En niet, omdat daartoe een onzalige tweedeling dreigt te ontstaan tussen betaalde academische boeddhisten en onbetaalde (behalve met dana) boeddhistische leraren.
Men zal zeggen: je gebruikte de term 'beroepsboeddhist' toch zelf ook, Joop? Zeker, maar wel als scheldwoord, in afkeurende zin om de paar mensen mee aan te duiden die hebben geprobeerd van het boeddhisme in Nederland een 'zuil' te maken, daar zelf een baan in wisten te bemachtigen; en daarmee het Nederlandse boeddhisme in een ongewenst spoor wisten te brengen. Het hoogtepunt daarvan ligt overigens al weer achter ons (net zo als de groei van het boeddhisme in Nederland die al weer voorbij is, hoewel de André van de Braak nog stelt in de aankondiging van de video: “ De belangstelling voor het boeddhisme is sterk groeiende in Nederland ”).
De inleiding van van der Braak vervolgt met de mededeling dat je dan na de opleiding “academisch gevormd boeddhisme-deskundige” (boeddholoog' zeggen ze elders) wordt. Inderdaad, hoewel in een werkeloze vorm, vermoed ik. Maar dan stelt hij dat je als zo'n “... deskundige bijdraagt aan de verdere integratie van het boeddhisme in de Nederlandse samenleving. En vanuit het boeddhisme meedenken over spirituele oplossingen voor maatschappelijke problemen in Nederland en daarbuiten.”
Over beide (VU-)pretenties heb ik de grootst mogelijke twijfel.
Je kan na de bachelor boeddhisme ook de aansluitende master en ambtsopleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger gaan doen. Over het wel en wee van die opleiding heb ik een serie vragen, die ik ook aan de VU heb gesteld en waar ik hieronder – als tweede paragraaf van deze blog – nog eens naar verwijs.
============================================================
Van de essays zijn er twee versies: de volledige versie (pdf-formaat) t.b.v. de studie en een door de redactie van Bodhitv ingekorte versie op de website. Ik heb de lange versies gelezen, die zijn inclusief de zichtbare verbeteringen (door André?) van type- en taalfouten, een beetje genant.
[Update 7 augustus: dit betrof de versie van de papers die tot 5 augustus op de site van Bodhitv stonden, nu staan er de - onzichtbaar - gecorrigeerde versies op]
Het betreft vooral verslagen van bezoeken aan sangha's (terwijl de meeste boeddhisten en mensen met daadwerkelijke affiniteit tot het boeddhisme ongeorganiseerd zijn).
In volgorde van publicatie gaat het om:
Corine de Jong ;
Bodhisattva’s op de Zeedijk
Een bezoek aan de He Hua Tempel
korte versie en lange versie
Marjolein Shiamatey ;
De link tussen het boeddhisme en de verbondenheid
in de Nederlandse maatschappij
O.a. gesprek met leidster van een 'Leven in Aandacht'-sangha
korte versie en lange versie
Dominique Kribben ;
DE KRIJGER EN HET KAPITALISME
Shambala in de hedendaagse maatschappij
korte versie en lange versie
Pieter van der Kulk ;
MAITREYA INSTITUUT
Boeddhistische stervensbegeleiding in Nederland
korte versie en lange versie
Maud Snijders ;
“Verander de wereld begin bij jezelf”
De relatie tussen boeddhistische beoefening en
maatschappelijke transformatie in de traditie van Thich Nhat Hanh
korte versie en lange versie
Annelies van der Drift ;
Het menselijk gezicht van Maha Karuna Ch'an
Je kunt er niet uitvallen
korte versie en lange versie
============================================================
Wat me bij het lezen onder andere interesseerde was of de schrijver enige kritische distantie toonde ten opzicht het object van zijn of haar studie?
Die was er, in redelijke mate; bij het essay over Shambala in mindere mate.
Volgens mij bevat de onderzoeksvraag van deze auteur wat veel impliciete opvattingen: “Hoe kan het pad van de Krijger een rol spelen bij maatschappelijke transformatie? ”
M'n probleem bij het (eerste) essay over Leven in Aandacht is een ander. De auteur geeft de collegestof van haar docent weer en dat kan ik haar dus niet kwalijk nemen: “ De bijdrage van het boeddhisme aan de verbondenheid in Nederland vindt dan ook plaats via vele deuren. Deze zijn volgens Andre van der Braak, hoogleraar boeddhistische filosofie aan de Vrije Universiteit, in vijf lijnen te verdelen.
…
De vijfde lijn is de lifestyle lijn ook wel boeddhisme “light”: Een voorbeeld hiervan is het hebben van een boeddhabeeld zonder dat men echt beoefent. Hieronder vallen ook de mindfulness trainingen. Deze creëren verbondenheid doordat mensen, wat zij leren in een training of wat zij reflecteren als zij stil staan bij een boeddhabeeld, kunnen delen met andere mensen. Hierdoor kunnen disconnecties zoals ruzies of burn-outs mogelijk voorkomen worden. ”, en gaat na waar dit bij de 'Leven in Aandacht'-sangha op neer komt.
Ik heb het niet zo op 'buddhism lite' (zo schrijven Amerikaanse critische boeddhisten dit woord), vind dat gewoon geen boeddhisme. Het is waarschijnlijk geen slechte levensfilosofie, maar noem het geen boeddhisme.
En ik vraag me af of bij de (protestante) theologie-opleiding bij de VU ook zo achteloos over ' Christendom-light ' wordt gesproken.
En dan heb ik het nog niet over het bedenkelijke concept 'verbondenheid'.
Het essay over de Chinese Tempel, beter te noemen He Hua Tempel was informatief en toonde voldoende distantie. Eén vraag bleef bij me open: wat wordt toch met 'humanistisch' bedoeld in deze traditie?
De paper over stervensbegeleiding bij het Maitreya-instituut is meer dan het verslag van een bezoek, het is tegelijk een beschouwing over de dood, het stervensproces en stervensbegeleiding. Hoewel de distantie t.o.v. Maitreya-instituut en de Gelugpa-traditie gering is, zeer informatief.
In het essay 'Verander de wereld, begin bij jezelf ' zegt de auteur: “Thich Nhat Hanh hecht veel waarde aan het deel uit maken van een sangha. De sangha’s willen een laagdrempelige plek zijn waar gelijkgestemde mensen elkaar kunnen ontmoeten en mediteren. Het is ook mogelijk om als beoefenaar zelf een sangha te beginnen. Hiervoor is geen speciale kennis of veel ervaring nodig, ook hoef je geen transmissie te hebben ontvangen als dharmaleraar.” Dit verbaast me, ik ga dat toch eens uitzoeken.
Verder ben ik blijven hangen aan de opinie “In de aandachtstraditie van Thich Nhat Hanh is weinig nadruk op studie en teksten, het accent ligt op ervaren en beleven.”, denkend aan de boeken van Thich over bijvoorbeeld de Satipatthana Sutta, de Anapanasati Sutta, de Hart Sutra en over teksten van Vasubandhu.
Tenslotte over dat 'veranderen van de wereld'. In de conclusie wordt gezegd “Het boeddhisme van Thich Nhat Hanh is geëngageerd, het gaat hem nadrukkelijk om het vertalen van de inzichten van de Dharma naar het dagelijkse leven; nogal een beperkte invulling van wat 'geëngageerd' is, wat 'de wereld veranderen' is. Toen Thich jong was, werd daar wel wat anders onder verstaan: protesteren bijvoorbeeld, bezetten, kopersstakingen organiseren, etc.
Het essay over Maha Karuna Chan is goed opgebouwd. Omdat ik al veel (auto)biografische informatie over Ton Lathouwers heb gelezen en gehoord, bevatte een aantal paragrafen niet veel nieuws.
Het meest interessant (voor mij) was de vraag “Welke is de relatie tussen persoonlijke en maatschappelijke transformatie, vanuit het inzicht van de Maha Karuna Ch'an?" En de antwoorden die er op worden gegeven door Ton; of eigenlijk: niet gegeven. Primair gaat het om het beoefenen van compassie , voor zichzelf en voor anderen. Daar is niets mis mee, het is zelfs de kern van het boeddhisme, ook voor mij. Maar een aanzet tot een soteriologische en sociologische transformatie van de samenleving lees ik niet in de beschouwing van Ton Lathouwers. En dat treft want dat kan m.i. ook niet.
============================================================
Hoe gaat het met de opleiding voor boeddhistisch geestelijk verzorger ?
Twee weken geleden nam ik in m'n blog een serie vragen op die ik begin juli aan de VU heb gesteld over de stand van zaken met de 'ambtsopleiding', één van de opleidingen tot de bovenbedoelde 'beroepsboeddhist' dus. Zie m'n paragraaf 'B. Brieven aan de VU en erover ' . Op deze vragen heb ik, ondanks herinneringsmails, nog geen antwoord gekregen.
Ook heb ik deze vragen gesteld aan Artho Jansen en Gertjan Mulder, voorzitter c.q.bestuurslid van de BZI, de instantie waar boeddhistisch geestelijk verzorgers in spé zich moeten vervoegen. Stilte.
Het raadsel van de ambtsopleiding blijft nog wel even bestaan: de VU heeft er kennelijk belang bij (visitatiecommissies ?) er niets over te zeggen en de BZI (is m'n indruk) weet van toeten noch blazen.
Arme studenten.
============================================================
Samenvattend:
– Dat 'beroepsboeddhist' worden waarover André van der Braak het in zijn videoboodschap heeft, kan dan ook in de light-vorm?
" Wat doe je voor de kost?"
" Ik ben beroepsboeddhist-light "
– Deze maatschappelijke transformatie die het boeddhisme of de beoefening ervan (door een heleboel tegelijk, neem ik aan) zou bewerkstelligen daar moeten we – boeddhisten en (amateur)boeddhologen - het maar eens met André in een goed gesprek over hebben.
– Die ambtsopleiding tot 'buddhist chaplain', na de éénjarige master,
moeten we die maar niet vergeten?
============================================================
Mogelijke update
Mochten er in de week van 28 juli nog meer studenten-papers op Bodhitv.nl geplaatst worden of mochten er alsnog antwoorden op mijn email-vragen komen, dan vermeld ik dat hier begin augustus.
maandag 8 juli 2013
Boeddhisme en conflict in Zuid-Azië, Bhikkhu Sujato (Buddhism and conflict in south Asia)
Geschreven door Bhikkhu Sujato , overgenomen uit http://sujato.wordpress.com/2013/07/08/buddhism-and-conflict-in-south-asia/
Vertalen op dit moment, door mij, zou dit betoog alleen maar verzwakken.
Voor mij centraal is zijn boodschap: "make the right kind of noise "
Yesterday we had the incredibly sad and disturbing news that a series of bombs had been set off in Bodhgaya. The heart of Buddhism, where the Buddha was enlightened, and the destination for millions of Buddhist pilgrims, had been subjected to a terrorist attack.
It seems that there were around 11 bombs planted, of which 4 went off in the temple complex itself, five elsewhere, and two were defused. Two monks were injured, and I don’t know how many others.
Bizarrely, this episdoe has been almost ignored by the international press. I can’t find a reference to it on the ABC, the SMH, or the Guardian; and only one minor article in the New York Times. The only major media oitlet with good coverage seems to be the Times of India. Why is this being ignored by the Western media? What would happen if Mecca, or the Vatican was subjected to multiple bomb blasts? Buddhists, get out there and make a noise! Don’t let this happen again!
BUT, and here’s the important part: make the right kind of noise.
The blasts were, it seems, planted by a group called the Indian Mujahadeen, an Islamist group that is responding to the persecution of the Mulsim Rohingya people in Myanmar. This is part of an extremely disturbing pattern of Muslim/Buddhist violence throughout virtually every major country in the region: Bangladesh, Thailand, Malaysia, Myanmar, Indonesia, Sri Lanka, and now India.
Recently I was in Canberra and I raised this issue repeatedly, both directly to the Foreign Minister, Bob Carr, and to the Attorney General’s Human Rights Forum. I emphasized that the Australian religious community, both Buddhist and Muslim, want peace, and we want our government to do everything it can to settle this dangerous situation before it spirals out of control. The Foreign Minister told me that they strongly supported granting citizenship for the Rohingya and that he was planning a trip to Rakhine province next month to emphasize the issue. I just hope the Government doesn’t get so embroiled in its own problems that they forget about the rest of the world.
In any case, this is one practical step that that we should all support: grant citizenship to the Rohingya. This is absolutely necessary, and an essential starting point. If this does not happen, the persecution in Myanmar will get worse, and the repercussions through the region will continue to escalate.
Of course, there is much more to be done. There is, and has been for some time, an insidious paranoia in the Buddhist community. There is always a tendency to look to conspiracies and blame the other. “It’s the Tamils!” “It’s the Christians!” “It’s the women!” “It’s the West!” “It’s…” and you can fill in the blanks here. Now, the cry is, “It’s the Muslims!”
All this comes from a sense of weakness, from a lack of confidence in the Buddhist world. Look at how the Buddha responded in the Mahaparinibbana Sutta, when asked about Ajatasattu’s chances of invading the Vajjians. As long as the Vajjians kept strong and unified, and lived well, they would not be overcome. Only by treachery and division would Ajatasatu succeed. And this is the message that the Buddha stated, quite explicitly and repeatedly: Buddhism is not threatened by forces from outside, but by weakness from within. When the Buddhist community stops paying attention to the Dhamma, stops living in the way taught by the Buddha, it will be easily overcome.
We need to begin our response, not by blaming others, but by asking ourselves, “How can we be stronger in the Dhamma?” The Buddhist world needs to begin some serious and long-overdue reforms. Here are a few urgent priorities:
•Provide a good education in actual Dhamma (not traditional fairy stories) to all Buddhists
•Sever the terrifying and toxic links between Buddhism and nationalism
•Retire the sectarian, nationalist, and ossified leadership of the Sangha, and let the Sangha operate by consensus, according to the Vinaya
•Toss out the ridiculous rituals and superstitions that serve only to perpetuate wrong view and obscure the Dhamma
•Provide living examples of how Dhamma creates and nourishes compassionate, wise, and peaceful people.
It’s a crazy, scary world out there. As the saying goes, just because you’re paranoid, it doesn’t mean they’re not out to get you. Sometimes people actually do bad things, and sometimes they do bad things to Buddhists. The Tamil Tigers were evil, murderous thugs. But that doesn’t mean that “Tamils” are like that. Likewise, some Muslims are stupid, violent, dogmatically-crazed jerks, and we need to protect people from them. But that doesn’t mean that “Muslims” are like that.
Look at America. After 9/11, reason and compassion went out the window. I remember reading a little article, just after 9/11, where one of the al-Qaeda leaders was interviewed. He said that they will just keep lighting fires. It’s easy for them to light them, and hard for the US to put them out. They don’t care how much they lose, or how long it takes. They will just keep lighting the fires until the US exhausts itself. A decade later, and it’s plain as day, this is exactly what is happening. And its working. The very purpose for which the US is fighting, the beloved freedoms and democratic rights, have been systematically eroded and jettisoned in an ever more deranged crusade, which has caused orders of magnitude more harm than even the 9/11 attacks themselves.
Don’t, as Buddhists, make the same mistake! Remember the Buddha’s words: hatred is never overcome by hatred, it is only ever overcome by love. The more you think about and go over the harms and damages to Buddhism, the worse it will get.
The thing to do, the only thing to do, is to love. To forgive. To move forward. To overcome all hatred, whether it is in the heart of a Buddhist, a Muslim, a Tamil, or an American. It is hatred that is the enemy, not Muslims
Vertalen op dit moment, door mij, zou dit betoog alleen maar verzwakken.
Voor mij centraal is zijn boodschap: "make the right kind of noise "
Yesterday we had the incredibly sad and disturbing news that a series of bombs had been set off in Bodhgaya. The heart of Buddhism, where the Buddha was enlightened, and the destination for millions of Buddhist pilgrims, had been subjected to a terrorist attack.
It seems that there were around 11 bombs planted, of which 4 went off in the temple complex itself, five elsewhere, and two were defused. Two monks were injured, and I don’t know how many others.
Bizarrely, this episdoe has been almost ignored by the international press. I can’t find a reference to it on the ABC, the SMH, or the Guardian; and only one minor article in the New York Times. The only major media oitlet with good coverage seems to be the Times of India. Why is this being ignored by the Western media? What would happen if Mecca, or the Vatican was subjected to multiple bomb blasts? Buddhists, get out there and make a noise! Don’t let this happen again!
BUT, and here’s the important part: make the right kind of noise.
The blasts were, it seems, planted by a group called the Indian Mujahadeen, an Islamist group that is responding to the persecution of the Mulsim Rohingya people in Myanmar. This is part of an extremely disturbing pattern of Muslim/Buddhist violence throughout virtually every major country in the region: Bangladesh, Thailand, Malaysia, Myanmar, Indonesia, Sri Lanka, and now India.
Recently I was in Canberra and I raised this issue repeatedly, both directly to the Foreign Minister, Bob Carr, and to the Attorney General’s Human Rights Forum. I emphasized that the Australian religious community, both Buddhist and Muslim, want peace, and we want our government to do everything it can to settle this dangerous situation before it spirals out of control. The Foreign Minister told me that they strongly supported granting citizenship for the Rohingya and that he was planning a trip to Rakhine province next month to emphasize the issue. I just hope the Government doesn’t get so embroiled in its own problems that they forget about the rest of the world.
In any case, this is one practical step that that we should all support: grant citizenship to the Rohingya. This is absolutely necessary, and an essential starting point. If this does not happen, the persecution in Myanmar will get worse, and the repercussions through the region will continue to escalate.
Of course, there is much more to be done. There is, and has been for some time, an insidious paranoia in the Buddhist community. There is always a tendency to look to conspiracies and blame the other. “It’s the Tamils!” “It’s the Christians!” “It’s the women!” “It’s the West!” “It’s…” and you can fill in the blanks here. Now, the cry is, “It’s the Muslims!”
All this comes from a sense of weakness, from a lack of confidence in the Buddhist world. Look at how the Buddha responded in the Mahaparinibbana Sutta, when asked about Ajatasattu’s chances of invading the Vajjians. As long as the Vajjians kept strong and unified, and lived well, they would not be overcome. Only by treachery and division would Ajatasatu succeed. And this is the message that the Buddha stated, quite explicitly and repeatedly: Buddhism is not threatened by forces from outside, but by weakness from within. When the Buddhist community stops paying attention to the Dhamma, stops living in the way taught by the Buddha, it will be easily overcome.
We need to begin our response, not by blaming others, but by asking ourselves, “How can we be stronger in the Dhamma?” The Buddhist world needs to begin some serious and long-overdue reforms. Here are a few urgent priorities:
•Provide a good education in actual Dhamma (not traditional fairy stories) to all Buddhists
•Sever the terrifying and toxic links between Buddhism and nationalism
•Retire the sectarian, nationalist, and ossified leadership of the Sangha, and let the Sangha operate by consensus, according to the Vinaya
•Toss out the ridiculous rituals and superstitions that serve only to perpetuate wrong view and obscure the Dhamma
•Provide living examples of how Dhamma creates and nourishes compassionate, wise, and peaceful people.
It’s a crazy, scary world out there. As the saying goes, just because you’re paranoid, it doesn’t mean they’re not out to get you. Sometimes people actually do bad things, and sometimes they do bad things to Buddhists. The Tamil Tigers were evil, murderous thugs. But that doesn’t mean that “Tamils” are like that. Likewise, some Muslims are stupid, violent, dogmatically-crazed jerks, and we need to protect people from them. But that doesn’t mean that “Muslims” are like that.
Look at America. After 9/11, reason and compassion went out the window. I remember reading a little article, just after 9/11, where one of the al-Qaeda leaders was interviewed. He said that they will just keep lighting fires. It’s easy for them to light them, and hard for the US to put them out. They don’t care how much they lose, or how long it takes. They will just keep lighting the fires until the US exhausts itself. A decade later, and it’s plain as day, this is exactly what is happening. And its working. The very purpose for which the US is fighting, the beloved freedoms and democratic rights, have been systematically eroded and jettisoned in an ever more deranged crusade, which has caused orders of magnitude more harm than even the 9/11 attacks themselves.
Don’t, as Buddhists, make the same mistake! Remember the Buddha’s words: hatred is never overcome by hatred, it is only ever overcome by love. The more you think about and go over the harms and damages to Buddhism, the worse it will get.
The thing to do, the only thing to do, is to love. To forgive. To move forward. To overcome all hatred, whether it is in the heart of a Buddhist, a Muslim, a Tamil, or an American. It is hatred that is the enemy, not Muslims
zaterdag 6 juli 2013
Een boeddhistische publieke omroep en boeddhisme bij de publieke omroep – Een oproep
Een paar dagen geleden vestigde ik in een reactie in het 'BoeddhistischDagblad' de aandacht op de (kleine) mogelijkheden die open blijven als straks de BOS geen zendtijd en geen geld meer krijgt.
Hier wil ik deze reactie uitbreiden en er een oproep van maken.
Begin deze week heeft de Kamer over de wijziging van de Mediawet gestemd. Levensbeschouwelijke omroepen zoals de BOS verdwijnen definitief na 2015. Daar staan twee (kleinere) mogelijkheden tegenover:
(1) Er is een motie aangenomen om “… vast te leggen dat vanuit het budget voor versterking van het media-aanbod 9 miljoen euro per jaar aan deze levensbeschouwelijke programma’s wordt besteed op basis van de door het Commissariaat voor de Media gehanteerde verdeelsleutel.”
Wij kunnen de NPO en de betrokken omroepen ten behoeve van de prestatieovereenkomst 2016–2020 suggesties doen over de invulling van het boeddhistische deel van de 9 miljoen.
Omdat ik de nadruk zou willen leggen op het brengen van de Dharma/Dhamma en van boeddhistische journalistiek, ligt het voor de hand de besteding van 'ons deel' vooral te richten op de radio ; en dus minder aan de veel duurdere televisie-programma's.
(2) Er is een amendement aangenomen zodat er nieuwe (levensbeschouwelijke) aspirant-ledenomroepen kunnen komen. Minimaal 50.000 leden zijn dan nodig.
De humanisten zijn al begonnen met een ledenwerfcampagne. Waarom de boeddhisten niet ?
Het aantal boeddhisten (en mensen met daadwerkelijke affiniteit) is daarvoor toch ook voldoende? Georganiseerden en ongeorganiseerden samen. De vraag is echter hoe hen te mobiliseren. De kunst zal vooral zijn met een goed verhaal te komen. Of hoeft het allemaal niet zo nodig? En wie moet dat dan doen?
OPROEP
Hierboven spreek ik van 'wij'.
Daar versta ik onder (in alfabetische volgorde): mensen van het BoeddhistischDagblad, Boeddhistische Unie Nederland, Nederlandse Boeddhisten Netwerk, OpenBoeddhisme en een aantal boeddhistische bloggers waaronder ikzelf.
Wij zouden de hierboven genoemde twee punten ter hand kunnen nemen.
Wellicht is het deze lezer opgevallen dat ik de BOS niet noem in het rijtje dat ik oproep.
Ik doe dat om te benadrukken dat er m.i. van een nieuw begin sprake is. De BOS is (tot eind 2015) een publieke omroep dat de licensie van de BUN uitvoert. Dat is in 2016 voorbij, dan is er een wezenlijk andere vorm (als het lukt) de Dhamma/Dharma en boeddhistische journalistiek te brengen. Bij HUMAN, volledig onderdeel van de VPRO, ligt dat wat anders.
Het tijdschrift BoeddhaMagazine noem ik ook niet als mogelijke participant. De reden daarvoor is dat het formeel deel van een profit-organisatie (Milinda) uitmaakt, en dat kan m.i. niet bij een publieke omroep. Maar als men mij kan overtuigen dat dit wel mogelijk is: des te beter.
Ik wil niet verhelen dat ik een aantal twijfels heb over de kansrijkheid van deze oproep:
– Er is wel eens gezegd dat er in Nederland 900.000 boeddhisten, inclusief mensen met daadwerkelijke affiniteit tot het boeddhisme, zijn. Maar ieder weldenkend (en -rekenend) mens weet dat dat niet zo is. Ergens tussen de 100.000 en 250.000 is veel waarschijnlijker. Dat betekent dat 50.000 een hoog percentage is.
– De organisaties die in mijn perceptie de starters moeten zijn , zijn zeer verschillend, met verschillende belangen en waarschijnlijk verschillende denkbeelden inhoud over een eventuele toekomstige invulling.
– De meeste mensen hebben weinig tijd, d.w.z. hebben andere prioriteiten en tot nu toe ben ik niet onder de indruk van het organisatorisch vermogen van het Nederlands boeddhisme (er zijn uitzonderingen, waar eigenbelang een rol speelt).
– Ik wordt niet door iedereen gewaardeerd, en omgekeerd is de liefde ook niet helemaal onvoorwaardelijk, is mijn indruk. Ook tussen anderen bestaan er mogelijk enige spanningen (ik hoor en lees wel eens iets). De kunst zal zijn daar overheen te stappen.
Ondanks deze twijfel doe ik deze oproep toch.
Want de verspreiding van de Dhamma/Dharma maakt het de moeite waard.
En een versterking van de boeddhistische journalistiek is dat ook.
Oproep, maar ook uitdaging.
Wie neemt deze uitdaging aan?
==================================================================
Bijlagen
1. De volledige motie
33 541, nr. 22
Voorgesteld 25 juni 2013 Aangenomen op 2 juli
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de zendmachtiging van kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag, de zogenaamde 2.42 omroepen, wordt ingetrokken;
overwegende dat de levensbeschouwelijke programma's van deze omroepen expliciet tot het domein van de publieke omroep behoren;
overwegende dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij de NPO is belegd;
verzoekt de regering, in de prestatieovereenkomst 2016–2020 met de NPO vast te leggen dat vanuit het budget voor versterking van het media-aanbod 9 miljoen euro per jaar aan deze levensbeschouwelijke programma's wordt besteed op basis van de door het Commissariaat voor de Media gehanteerde verdeelsleutel, waarbij de betrokken omroepen daarover verantwoording afleggen in hun jaarverslag,
en gaat over tot de orde van de dag.
Segers
Heerma
2. Het volledige amendement
33 541Wijziging van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren
Nr. 10 AMENDEMENT VAN HET LID VERHOEVEN
Ontvangen 18 juni 2013
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
IIn artikel I, onderdeel M, wordt in onderdeel f, na «de NTR» ingevoegd: of, indien het een kerkelijk genootschap, genootschap op geestelijke grondslag of rechtspersoon waarin twee of meer van deze genoot-schappen samenwerken betreft, aan de NTR of een omroeporganisatie.
IIIn artikel I, onderdeel Q, punt 1, wordt in onderdeel c, na «de NTR» ingevoegd: of een omroeporganisatie.
IIIIn artikel I, onderdeel Q, punt 2, wordt «de NPS» vervangen door «of de NPS» en wordt «de NTR» vervangen door:, de NTR of de omroeporgani-saties, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f.
IVIn artikel I, onderdeel JJ, wordt in het vierde lid na «De NTR» ingevoegd «of omroeporganisaties,» en wordt «draagt» vervangen door: dragen.
VIn artikel I, onderdeel III, artikel 2.152, derde lid, wordt «De NTR ontvangt» vervangen door «De NTR onderscheidenlijk de omroeporgani-saties, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f, ontvangen» en wordt na «hebben verkregen» ingevoegd: en voor wie zij het media-aanbod verzorgen.
VIIn artikel I, onderdeel LLL, punt 1, wordt «De NTR ontvangt» vervangen door «De NTR onderscheidenlijk de omroeporganisaties, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f, ontvangen» en wordt na «hebben verkregen» ingevoegd: en voor wie zij het media-aanbod verzorgen.
Toelichting
Met het wetsvoorstel worden de kerkelijke en levensbeschouwelijke omroepen, de zogenaamde 2.42 omroepen, opgeheven. In 2011 werd nog een overgangsregeling bedacht voor deze omroepen om hun activiteiten onder te brengen bij een verwante omroeporganisatie (Kamerstukken II, 2010/2011, 32 827, nr. 1, p. 16). Deze omroepen hebben bovendien reeds ervaring opgedaan, hebben hun identiteit gevestigd en hun toegevoegde waarde bewezen. Het zou dus onlogisch zijn deze omroepen, die eerder aansluiting hebben gezocht bij een verwante omroeporganisatie weer te ontkoppelen en onder te brengen bij NTR, om zich vervolgens na de aspirant-periode van vijf jaar bij positieve beoordeling, weer aansluiting te laten zoeken bij een verwante omroeporganisatie. Derhalve regelt dit amendement dat het voor voormalige «2.42 omroepen» die een doorstart maken als nieuwkomer met een voorlopige erkenning tevens mogelijk wordt het media-aanbod te laten verzorgen door erkende omroeporganisaties. In verband hiermee wordt tevens het beheer van de bedragen die gemoeid zijn met de bekostiging van deze nieuwkomers, die in het wetsvoorstel bij de NTR wordt gelegd in verband met de verzorging van het media-aanbod voor de nieuwkomers (zie Kamerstukken II 2012/13, 33 541, nr. 3, p. 35), bij deze omroeporganisaties gelegd.
Verhoeven
3. Het voorbeeld van HUMAN
Human wordt opgeheven en start door
donderdag, 04 juli 2013
Deze week heeft de Tweede Kamer een wijziging van de Mediawet aangenomen die de omroepen op levensbeschouwelijke basis per 2016 hun status ontneemt. Ook voor Human als levensbeschouwelijke omroep is daarmee het doek gevallen. Tegelijkertijd is er een amendement aangenomen waardoor Human na 2016 samen met de VPRO verder kan. Dat kan als het Human lukt om in de nieuwe concessieperiode de aspirant-status te verwerven.
Diepgang krijg je niet cadeau
Om te voorkomen dat Human daadwerkelijk verdwijnt wil de omroep zelf toetreden tot het bestel. Daarvoor heeft Human voor het eind van dit jaar 50.000 leden nodig.
Op die manier wordt voorkomen dat programma’s zoals …..
Voor Human is er veel aan gelegen de samenwerking met de VPRO voort te kunnen zetten. Human vond twee jaar geleden al aansluiting bij de VPRO: twee omroepen, die het denken aandurven, onder één dak. Geestverwanten die vanuit een onafhankelijke blik de wereld willen duiden, op onderzoek gaan en verhalen brengen die ergens voor staan. Human doet dit vanuit een humanistisch levensbeschouwelijk perspectief. De mediawet maakt voortzetting van deze samenwerking nu mogelijk.
Campagne Investeer in Human
Human is inmiddels de campagne gestart om leden te werven. Op www.investeerinhuman.nl kunnen mensen zich als lid van Human aanmelden. Ook bestaat de mogelijkheid om lid te worden van een specifiek programma – op het gebied van humanisme, filosofie, onderzoeksjournalistiek, improvisatie of documentaires – en zo met een bijdrage direct betrokken te zijn bij programma’s en activiteiten.
DIEPGANG
KRIJG JE
NIET
CADEAU
Human verdwijnt, tenzij we 50.000 investeerders hebben. Wilt u breedbeeld met diepgang? Word dan lid van Human. Ontvang geen T-shirt. Geen badhanddoek. Geen reistas. Ontvang inhoud. Inspiratie. Invloed. Investeer in Human. Voor slechts € 12,50 per jaar bent u al aandeelhouder in diepgang. Denk en doe met ons mee.
WORDT NU LID VAN HUMAN
Hier wil ik deze reactie uitbreiden en er een oproep van maken.
Begin deze week heeft de Kamer over de wijziging van de Mediawet gestemd. Levensbeschouwelijke omroepen zoals de BOS verdwijnen definitief na 2015. Daar staan twee (kleinere) mogelijkheden tegenover:
(1) Er is een motie aangenomen om “… vast te leggen dat vanuit het budget voor versterking van het media-aanbod 9 miljoen euro per jaar aan deze levensbeschouwelijke programma’s wordt besteed op basis van de door het Commissariaat voor de Media gehanteerde verdeelsleutel.”
Wij kunnen de NPO en de betrokken omroepen ten behoeve van de prestatieovereenkomst 2016–2020 suggesties doen over de invulling van het boeddhistische deel van de 9 miljoen.
Omdat ik de nadruk zou willen leggen op het brengen van de Dharma/Dhamma en van boeddhistische journalistiek, ligt het voor de hand de besteding van 'ons deel' vooral te richten op de radio ; en dus minder aan de veel duurdere televisie-programma's.
(2) Er is een amendement aangenomen zodat er nieuwe (levensbeschouwelijke) aspirant-ledenomroepen kunnen komen. Minimaal 50.000 leden zijn dan nodig.
De humanisten zijn al begonnen met een ledenwerfcampagne. Waarom de boeddhisten niet ?
Het aantal boeddhisten (en mensen met daadwerkelijke affiniteit) is daarvoor toch ook voldoende? Georganiseerden en ongeorganiseerden samen. De vraag is echter hoe hen te mobiliseren. De kunst zal vooral zijn met een goed verhaal te komen. Of hoeft het allemaal niet zo nodig? En wie moet dat dan doen?
OPROEP
Hierboven spreek ik van 'wij'.
Daar versta ik onder (in alfabetische volgorde): mensen van het BoeddhistischDagblad, Boeddhistische Unie Nederland, Nederlandse Boeddhisten Netwerk, OpenBoeddhisme en een aantal boeddhistische bloggers waaronder ikzelf.
Wij zouden de hierboven genoemde twee punten ter hand kunnen nemen.
Wellicht is het deze lezer opgevallen dat ik de BOS niet noem in het rijtje dat ik oproep.
Ik doe dat om te benadrukken dat er m.i. van een nieuw begin sprake is. De BOS is (tot eind 2015) een publieke omroep dat de licensie van de BUN uitvoert. Dat is in 2016 voorbij, dan is er een wezenlijk andere vorm (als het lukt) de Dhamma/Dharma en boeddhistische journalistiek te brengen. Bij HUMAN, volledig onderdeel van de VPRO, ligt dat wat anders.
Het tijdschrift BoeddhaMagazine noem ik ook niet als mogelijke participant. De reden daarvoor is dat het formeel deel van een profit-organisatie (Milinda) uitmaakt, en dat kan m.i. niet bij een publieke omroep. Maar als men mij kan overtuigen dat dit wel mogelijk is: des te beter.
Ik wil niet verhelen dat ik een aantal twijfels heb over de kansrijkheid van deze oproep:
– Er is wel eens gezegd dat er in Nederland 900.000 boeddhisten, inclusief mensen met daadwerkelijke affiniteit tot het boeddhisme, zijn. Maar ieder weldenkend (en -rekenend) mens weet dat dat niet zo is. Ergens tussen de 100.000 en 250.000 is veel waarschijnlijker. Dat betekent dat 50.000 een hoog percentage is.
– De organisaties die in mijn perceptie de starters moeten zijn , zijn zeer verschillend, met verschillende belangen en waarschijnlijk verschillende denkbeelden inhoud over een eventuele toekomstige invulling.
– De meeste mensen hebben weinig tijd, d.w.z. hebben andere prioriteiten en tot nu toe ben ik niet onder de indruk van het organisatorisch vermogen van het Nederlands boeddhisme (er zijn uitzonderingen, waar eigenbelang een rol speelt).
– Ik wordt niet door iedereen gewaardeerd, en omgekeerd is de liefde ook niet helemaal onvoorwaardelijk, is mijn indruk. Ook tussen anderen bestaan er mogelijk enige spanningen (ik hoor en lees wel eens iets). De kunst zal zijn daar overheen te stappen.
Ondanks deze twijfel doe ik deze oproep toch.
Want de verspreiding van de Dhamma/Dharma maakt het de moeite waard.
En een versterking van de boeddhistische journalistiek is dat ook.
Oproep, maar ook uitdaging.
Wie neemt deze uitdaging aan?
==================================================================
Bijlagen
1. De volledige motie
33 541, nr. 22
Voorgesteld 25 juni 2013 Aangenomen op 2 juli
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de zendmachtiging van kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag, de zogenaamde 2.42 omroepen, wordt ingetrokken;
overwegende dat de levensbeschouwelijke programma's van deze omroepen expliciet tot het domein van de publieke omroep behoren;
overwegende dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij de NPO is belegd;
verzoekt de regering, in de prestatieovereenkomst 2016–2020 met de NPO vast te leggen dat vanuit het budget voor versterking van het media-aanbod 9 miljoen euro per jaar aan deze levensbeschouwelijke programma's wordt besteed op basis van de door het Commissariaat voor de Media gehanteerde verdeelsleutel, waarbij de betrokken omroepen daarover verantwoording afleggen in hun jaarverslag,
en gaat over tot de orde van de dag.
Segers
Heerma
2. Het volledige amendement
33 541Wijziging van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren
Nr. 10 AMENDEMENT VAN HET LID VERHOEVEN
Ontvangen 18 juni 2013
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
IIn artikel I, onderdeel M, wordt in onderdeel f, na «de NTR» ingevoegd: of, indien het een kerkelijk genootschap, genootschap op geestelijke grondslag of rechtspersoon waarin twee of meer van deze genoot-schappen samenwerken betreft, aan de NTR of een omroeporganisatie.
IIIn artikel I, onderdeel Q, punt 1, wordt in onderdeel c, na «de NTR» ingevoegd: of een omroeporganisatie.
IIIIn artikel I, onderdeel Q, punt 2, wordt «de NPS» vervangen door «of de NPS» en wordt «de NTR» vervangen door:, de NTR of de omroeporgani-saties, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f.
IVIn artikel I, onderdeel JJ, wordt in het vierde lid na «De NTR» ingevoegd «of omroeporganisaties,» en wordt «draagt» vervangen door: dragen.
VIn artikel I, onderdeel III, artikel 2.152, derde lid, wordt «De NTR ontvangt» vervangen door «De NTR onderscheidenlijk de omroeporgani-saties, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f, ontvangen» en wordt na «hebben verkregen» ingevoegd: en voor wie zij het media-aanbod verzorgen.
VIIn artikel I, onderdeel LLL, punt 1, wordt «De NTR ontvangt» vervangen door «De NTR onderscheidenlijk de omroeporganisaties, bedoeld in artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f, ontvangen» en wordt na «hebben verkregen» ingevoegd: en voor wie zij het media-aanbod verzorgen.
Toelichting
Met het wetsvoorstel worden de kerkelijke en levensbeschouwelijke omroepen, de zogenaamde 2.42 omroepen, opgeheven. In 2011 werd nog een overgangsregeling bedacht voor deze omroepen om hun activiteiten onder te brengen bij een verwante omroeporganisatie (Kamerstukken II, 2010/2011, 32 827, nr. 1, p. 16). Deze omroepen hebben bovendien reeds ervaring opgedaan, hebben hun identiteit gevestigd en hun toegevoegde waarde bewezen. Het zou dus onlogisch zijn deze omroepen, die eerder aansluiting hebben gezocht bij een verwante omroeporganisatie weer te ontkoppelen en onder te brengen bij NTR, om zich vervolgens na de aspirant-periode van vijf jaar bij positieve beoordeling, weer aansluiting te laten zoeken bij een verwante omroeporganisatie. Derhalve regelt dit amendement dat het voor voormalige «2.42 omroepen» die een doorstart maken als nieuwkomer met een voorlopige erkenning tevens mogelijk wordt het media-aanbod te laten verzorgen door erkende omroeporganisaties. In verband hiermee wordt tevens het beheer van de bedragen die gemoeid zijn met de bekostiging van deze nieuwkomers, die in het wetsvoorstel bij de NTR wordt gelegd in verband met de verzorging van het media-aanbod voor de nieuwkomers (zie Kamerstukken II 2012/13, 33 541, nr. 3, p. 35), bij deze omroeporganisaties gelegd.
Verhoeven
3. Het voorbeeld van HUMAN
Human wordt opgeheven en start door
donderdag, 04 juli 2013
Deze week heeft de Tweede Kamer een wijziging van de Mediawet aangenomen die de omroepen op levensbeschouwelijke basis per 2016 hun status ontneemt. Ook voor Human als levensbeschouwelijke omroep is daarmee het doek gevallen. Tegelijkertijd is er een amendement aangenomen waardoor Human na 2016 samen met de VPRO verder kan. Dat kan als het Human lukt om in de nieuwe concessieperiode de aspirant-status te verwerven.
Diepgang krijg je niet cadeau
Om te voorkomen dat Human daadwerkelijk verdwijnt wil de omroep zelf toetreden tot het bestel. Daarvoor heeft Human voor het eind van dit jaar 50.000 leden nodig.
Op die manier wordt voorkomen dat programma’s zoals …..
Voor Human is er veel aan gelegen de samenwerking met de VPRO voort te kunnen zetten. Human vond twee jaar geleden al aansluiting bij de VPRO: twee omroepen, die het denken aandurven, onder één dak. Geestverwanten die vanuit een onafhankelijke blik de wereld willen duiden, op onderzoek gaan en verhalen brengen die ergens voor staan. Human doet dit vanuit een humanistisch levensbeschouwelijk perspectief. De mediawet maakt voortzetting van deze samenwerking nu mogelijk.
Campagne Investeer in Human
Human is inmiddels de campagne gestart om leden te werven. Op www.investeerinhuman.nl kunnen mensen zich als lid van Human aanmelden. Ook bestaat de mogelijkheid om lid te worden van een specifiek programma – op het gebied van humanisme, filosofie, onderzoeksjournalistiek, improvisatie of documentaires – en zo met een bijdrage direct betrokken te zijn bij programma’s en activiteiten.
DIEPGANG
KRIJG JE
NIET
CADEAU
Human verdwijnt, tenzij we 50.000 investeerders hebben. Wilt u breedbeeld met diepgang? Word dan lid van Human. Ontvang geen T-shirt. Geen badhanddoek. Geen reistas. Ontvang inhoud. Inspiratie. Invloed. Investeer in Human. Voor slechts € 12,50 per jaar bent u al aandeelhouder in diepgang. Denk en doe met ons mee.
WORDT NU LID VAN HUMAN
Labels:
boeddhisme in Nederland,
BOS,
BUN,
geëngageerd boeddhisme
woensdag 26 juni 2013
Boeddhisme en seks: het meer totale plaatje (door Stephen Batchelor); en wat kanttekeningen
Het thema 'boeddhisme en seksualiteit ' blijft actueel, ook in Nederland, ook als we het er liever niet over willen hebben.
*OpenBoeddhisme* heeft er de afgelopen maanden een aantal maal over geschreven en het lijkt niet uitgesloten dat er meer publicaties volgen. Zie de tag 'seksueel misbruik'
Wat de diepere oorzaken van de problematiek kunnen zijn, is het onderwerp van een essay van Stephen Batchelor dat ik hieronder – door mij vertaald – weergeef.
Oorspronkelijke titel: Buddhism and Sex: the Bigger Picture .
========================================================================
In het licht van de schijnbaar eeuwigdurende controverse rond de kwestie van boeddhistische leraren die misbruik maken van hun gezag om seksuele gunsten te winnen van hun leerlingen, is het misschien nuttig om wat afstand te nemen van de analyse van specifieke gevallen; en elementen van het grotere geheel, waarin deze vorm van misbruik zich manifesteert, in de beschouwing te betrekken.
1. Seksueel verlangen is de meest krachtige biologische drift die we kennen van de mensheid.
Ongeacht welke geloften men heeft genomen om het te beheersen, kan lust zich ongevraagd onder alle omstandigheden voordoen en anderszins verantwoordelijke en goede mensen ertoe brengen zich aan handelingen over te geven die ze zonder aarzelen betreuren in anderen.
2. Overal waar mensen zijn in een positie van macht over andere mensen, is het onvermijdelijk dat sommigen die macht zullen gebruiken om hun eigen seksuele verlangens na te streven en te bevredigen. Ongeacht de redenen en de rechtvaardigingen die worden gebruikt om dergelijk gedrag te legitimeren, maakt de persoon aan de macht (meestal een man) misbruik van het vertrouwen van degene zonder macht (meestal een vrouw of, in een klooster: een jongen) òf om zowel te voldoen aan de fysieke lust òf aan een verlangen naar intimiteit.
3. De Boeddha zelf werd beschuldigd van het hebben van geslachtsgemeenschap met de vrouwelijke asceten Sundari en Cinca. Volgens de traditie waren deze beschuldigingen ongegrond, ze werden gebruikt door degenen die jaloers waren op zijn succes teneinde hem in diskrediet te brengen.
Seks hebben met zijn leerlingen is niet een hedendaagse kwestie die pas zijn kop is gaan steken in de tegelijkertijd tolerante als puriteinse samenlevingen van het Westen. Het is gewoon wat mensen in posities van gezag vatbaar voor zijn of van beschuldigd worden te doen.
4. Zijn er leerstellige of institutionele elementen binnen de boeddhistische traditie, die dergelijk gedrag waarschijnlijker zou maken?
Kunnen we evenzo andere elementen identificeren die werken in de richting van het minder waarschijnlijk maken dat dit gedrag plaatsvindt?
Ik neem het als gegeven dat er geen set van regels is, hoe nauwgezet omschreven ook en hoe precies ook toegepast, die ooit waterdicht zal kunnen worden.
5. De wortel van de machtsongelijkheid tussen leraar en leerling ligt in de overtuiging dat de eerste in zekere mate "verlicht" is, terwijl de laatste dat niet is. Dit weerspiegelt het verschil tussen de ariya (edel wezen) en de puthujjana (gewone wezen) die teruggaat tot de vroegste teksten.
Vervolgens kreeg dit onderscheid een leerstellige basis toen boeddhisten de theorie van de 'Twee Waarheden' een sleutelrol toekenden in hun exegetische denken. Waar de Boeddha (in de Pali canon) nooit onderscheid maakte tussen 'conventionele' (samvrti) en 'ultieme' (paramartha) waarheid, werd de theorie omarmd door alle scholen, waaronder het Theravada.
Het 'Twee Waarheden' leerstuk heeft niet alleen een didactische betekenis, het versterkt ook een 'twee-klassen-model' [Engels: two-tier-model ] van autoriteit: zij die directe kennis van de ultieme waarheid dragen, zijn ariya; terwijl degenen die dat niet doen louter puthujjana zijn.
Het gezag van de leraar krijgt daarmee een mystiek-ontologische in plaats van een louter institutionele rechtvaardiging.
6. Toen de boeddhistische traditie zich in de loop van de tijd ontwikkelde in een georganiseerde religie, werd de kloof tussen de ariya en de puthujjana breder en breder. De professionals (d.w.z. monniken, priesters en yogi's) kregen een steeds grotere charismatisch gezag als 'verlichten' toebedeeld; terwijl de leken steeds meer een eerbiedige en onderdanige rol moesten gaan spelen.
Dit culmineerde in het soort situatie dat we terugvinden in het Tibetaans boeddhisme heden ten dage waar de leraar (lama / guru) gezien moet worden als een volledig ontwaakte Boeddha, terwijl van de leerlingen wordt verwacht dat zij zich en hun 'zelfbestemming' aan hem overgeven teneinde eventuele vorderingen op het pad te maken, die, zo wordt hen verteld, alleen mogelijk is door de 'zegen' van de lama.
7. Als men zich weloverwogen een vorm van boeddhisme probeert voor te stellen die het best geschikt zou zijn om seksuele de mogelijkheden voor een leraar te optimaliseren, zou men moeilijk het model kunnen verbeteren dat in Tibet is ontstaan. In combinatie met een feodale opvatting van absolute macht en een geloof in tantrische seksuele praktijken als middel om verlichting te bereiken, komt men tot een kant-en-klare rechtvaardiging voor mannelijke leraren om te profiteren van de vrouwelijke leerlingen.
Deze situatie is veel opzichten hetzelfde in het Japanse Zen, waar een feodaal model eveneens de overhand heeft, zij het zonder het gebruik van tantrische elementen.
8. Het is geen toeval dat de meeste gemelde gevallen van misbruik van leerlingen afkomstig zijn uit de Tibetaanse en Japanse Zen tradities; dat wil zeggen, daar waar de grootste nadruk op onderwerping en gehoorzaamheid wordt gelegd.
Dit wil niet zeggen dat dergelijk misbruik afwezig is in de Theravada - het komt daar ook voor. Het wil ook niet zeggen dat er geen leraren in de Tibetaanse en Zen tradities zijn die zich ethisch integer gedragen - want dat zijn er zeer vele.
Terwijl misbruik altijd een onethische handeling is, verricht door een bepaald mens, die daarvoor verantwoordelijk en aansprakelijk moet worden gehouden, moeten we ook erkennen dat bepaalde leerstellige en institutionele contexten dit soort gedrag meer bevorderen dan andere.
Zolang systemische ongelijkheid van institutionele macht onaangetast blijft, zal geen gewetensonderzoek in welke omvang dan ook noch het formuleren van steeds meer gedetailleerde morele 'richtlijnen' slagen in het samenhangend aanpakken van het kern-thema van het misbruik van macht.
9. Volgens de vroegste teksten is de rol van de ariya (leraar) niet, de puthujjana (leerling) afhankelijk van hem te maken, maar om de leerling in staat te stellen 'te veredelen' door de stroom te betreden (sotapatti) van het achtvoudige pad. Dus de rol van de leraar is om de leerling te helpen zo snel mogelijk op zijn eigen benen staan.
Want met het 'betreden van de stroom' wordt de persoon autonoom in zijn of haar beoefening en is niet langer afhankelijk van het gezag van een andere persoon (aparapaccaya) om door te gaan op het pad.
De suttas definiëren stroombetreden als het verkrijgen van 'lucide vertrouwen in de Boeddha, de Dharma en de Sangha' en het bereiken van het 'koesteren van de deugden dierbaar voor de edelen.'
Wat verandert is iemands oprechte ethische betrokkenheid op de beoefening. Stroombetreden heeft niets te maken met het bereiken van een esoterische 'verlichting', die vervolgens een bevoegdheid geeft om macht uit te oefenen over anderen.
10. Ten tijde van de Boeddha was het stroombetreden dat waartoe mensen uit alle lagen van de bevolking, ongeacht geslacht, hetzij monastieke of leek, werden uitgenodigd te doen.
'Sangha' verwees niet alleen naar monniken, d.w.z. de machthebbers, maar naar iedereen die de stroom van het pad had betreden. Zelfs iemand als Sarakani de Sakiyan, een man veracht door zijn collega's als de lokale dronkenlap. Door herstel van dit begrip van de stroombetreder, herstellen we een inclusief model van gemeenschap die bestaat uit autonome individuen die werken aan het ondersteunen en handhaven van elkaars beoefening.
Sommige van deze mensen kunnen 'heiligen' zijn, terwijl anderen mogelijk 'zondaars' zijn. Dat is niet het probleem.
In plaats van een reeks overeengekomen (geloofs)overtuigingen of een gedeelde toewijding aan een guru, is wat iedereen aan elkaar bindt, een bereidheid om de wijsheid elke sangha-lid hoog te houden, hem of haar tegelijk verantwoordelijk houdend voor zijn of haar tekortkomingen.
========================================================================
Tot zover de beschouwing van Batchelor.
Bron: http://sweepingzen.com/buddhism-and-sex-the-bigger-picture/ . Inclusief vele reacties!
Een paar kanttekeningen wil ik er bij maken:
Zijn verklaring van seksueel wangedrag van de leraar komt wellicht wat al te exclusief uit de ontwikkeling van het boeddhisme zelf. Voor mij is niet alleen de gezagsverhouding maar de afhankelijkheidsrelatie tussen leraar en leerling de bron van de problemen, net zo als die fout kan gaan tussen therapeut en client/patient. De leraar (of de therapeut) is zich er dan niet van bewust dat de schijnbare vrijwilligheid van de kant van de vrouw of het kind er niet echt is.
Ik voeg 'het kind' er aan toe, en bedoel 'jongen(tje)', want pedofilie door monniken moet m.i. ook 'seksueel wangedrag' genoemd worden, en komt waarschijnlijk niet alleen in de Theravada voor.
Verder noemt Batchelor de rol van het celibaat niet. In de Theravada, met een 'vrouwonhandigheid' tot vrouwvijandigheid die ik voor het gemak maar 'Aziatische cultuur' noem; (zie mijn samenvatting van de 'Achttien fouten van een klooster ' in m'n blog ) kan dit laag waarderen van vrouwen en leken risikoverhogend werken.
Om het wat ongebruikelijk te formuleren: het aanbieden van seksuele diensten kan (ook door de monnik) gezien worden als een van de vormen van dana van de leek aan de monnik, net zo als het aanbieden van voedsel of een nieuwe pij. Voor de zekerheid zeg ik er maar bij: een heel kromme redenering.
En dan de vraag:
Wat kan een (mede)leerling doen als hij of zij merkt dat er (wellicht) iets loos is in het contact tussen zijn/haar leraar en een ander?
Ik ben geen (ervarings)deskundige op dit gebied en wil niet maar wat theoretiseren.
Daarom alleen de opmerking dat er nooit een makkelijke route is; en een aantal bronnen:
Het meest concreet en toegesneden op de Nederlandse situatie is:
www.simsara.nl/ethisch-drieluik/
Beslist niet alleen bruikbaar voor beoefenaren van de inzichtsmeditatie.
En ook goed om te lezen voor iedereen uit preventief oogpunt.
Ook praktisch op het niveau van de individu is mijn vertaling van een Duitse tekst over heilzame en onheilzame structuren
Twee boeken:
Sex and the Spiritual Teacher: Why it happens, When it's a problem, and What we all can do door Scott Edelstein . O.a. via Amazon
en
Buddha Betrayed: When Spiritual Relationships Go Awry door Gerti Schoen
Ook via Amazon
Meer op beleidsniveau: hoe om te gaan met een 'schandaal' door de boeddhistische gemeenschap.
Een aankondiging van een Ronde-tafel-discussie deze zomer. Door de Buddhist Geeks
Belist niet overbodig in de Nederlandse situatie van de bevindingen kennis te nemen, want het gaat er hier meestal nogal onhandig aan toe, kunnen we bv in *OpenBoeddhisme* lezen.
Letter from Roshi Joan regarding Eido Shimano
Moeten we Joan Halifax nog nader aanbevelen?
========================================================================
Een aankondiging die enig verband heeft met bovenstaande:
Een lezing door Rita Gross
Hoe het vasthouden aan sekserollen verlichting ondermijnt
Op maandag 1 juli vanaf 19.30 uur in
Rigpa , ingang De Kuiperstraat ter hoogte van nr. 148, in Amsterdam
De voertaal is Engels. Uit de toelichting:
" Het boeddhistische onderricht van alle periodes en scholen van het boeddhisme is sekseneutraal en seksevrij, en proclameert dat vrouwen en mannen in gelijke mate in staat zijn realisatie te bereiken. Niettemin zit er een diepgewortelde tegenspraak in het hart van het boeddhisme tussen dit onderricht en de institutionele praktijken waar het om sekserollen gaat. In de geschiedenis hebben boeddhistische instituten vrouwen en mannen niet gelijk behandeld en dit probleem is door boeddhistische leraren niet krachtig genoeg bestreden. Deze algemene praktijk strekt zich zelfs uit tot het westerse boeddhisme. Maar waar het sekserollen betreft is het versterken van en het vasthouden aan conventionele normen en praktijken funest voor diepzinnige beoefening en realisatie. Het is duidelijk dat het vasthouden aan sekserollen verlichting ondermijnt. "
*OpenBoeddhisme* heeft er de afgelopen maanden een aantal maal over geschreven en het lijkt niet uitgesloten dat er meer publicaties volgen. Zie de tag 'seksueel misbruik'
Wat de diepere oorzaken van de problematiek kunnen zijn, is het onderwerp van een essay van Stephen Batchelor dat ik hieronder – door mij vertaald – weergeef.
Oorspronkelijke titel: Buddhism and Sex: the Bigger Picture .
========================================================================
In het licht van de schijnbaar eeuwigdurende controverse rond de kwestie van boeddhistische leraren die misbruik maken van hun gezag om seksuele gunsten te winnen van hun leerlingen, is het misschien nuttig om wat afstand te nemen van de analyse van specifieke gevallen; en elementen van het grotere geheel, waarin deze vorm van misbruik zich manifesteert, in de beschouwing te betrekken.
1. Seksueel verlangen is de meest krachtige biologische drift die we kennen van de mensheid.
Ongeacht welke geloften men heeft genomen om het te beheersen, kan lust zich ongevraagd onder alle omstandigheden voordoen en anderszins verantwoordelijke en goede mensen ertoe brengen zich aan handelingen over te geven die ze zonder aarzelen betreuren in anderen.
2. Overal waar mensen zijn in een positie van macht over andere mensen, is het onvermijdelijk dat sommigen die macht zullen gebruiken om hun eigen seksuele verlangens na te streven en te bevredigen. Ongeacht de redenen en de rechtvaardigingen die worden gebruikt om dergelijk gedrag te legitimeren, maakt de persoon aan de macht (meestal een man) misbruik van het vertrouwen van degene zonder macht (meestal een vrouw of, in een klooster: een jongen) òf om zowel te voldoen aan de fysieke lust òf aan een verlangen naar intimiteit.
3. De Boeddha zelf werd beschuldigd van het hebben van geslachtsgemeenschap met de vrouwelijke asceten Sundari en Cinca. Volgens de traditie waren deze beschuldigingen ongegrond, ze werden gebruikt door degenen die jaloers waren op zijn succes teneinde hem in diskrediet te brengen.
Seks hebben met zijn leerlingen is niet een hedendaagse kwestie die pas zijn kop is gaan steken in de tegelijkertijd tolerante als puriteinse samenlevingen van het Westen. Het is gewoon wat mensen in posities van gezag vatbaar voor zijn of van beschuldigd worden te doen.
4. Zijn er leerstellige of institutionele elementen binnen de boeddhistische traditie, die dergelijk gedrag waarschijnlijker zou maken?
Kunnen we evenzo andere elementen identificeren die werken in de richting van het minder waarschijnlijk maken dat dit gedrag plaatsvindt?
Ik neem het als gegeven dat er geen set van regels is, hoe nauwgezet omschreven ook en hoe precies ook toegepast, die ooit waterdicht zal kunnen worden.
5. De wortel van de machtsongelijkheid tussen leraar en leerling ligt in de overtuiging dat de eerste in zekere mate "verlicht" is, terwijl de laatste dat niet is. Dit weerspiegelt het verschil tussen de ariya (edel wezen) en de puthujjana (gewone wezen) die teruggaat tot de vroegste teksten.
Vervolgens kreeg dit onderscheid een leerstellige basis toen boeddhisten de theorie van de 'Twee Waarheden' een sleutelrol toekenden in hun exegetische denken. Waar de Boeddha (in de Pali canon) nooit onderscheid maakte tussen 'conventionele' (samvrti) en 'ultieme' (paramartha) waarheid, werd de theorie omarmd door alle scholen, waaronder het Theravada.
Het 'Twee Waarheden' leerstuk heeft niet alleen een didactische betekenis, het versterkt ook een 'twee-klassen-model' [Engels: two-tier-model ] van autoriteit: zij die directe kennis van de ultieme waarheid dragen, zijn ariya; terwijl degenen die dat niet doen louter puthujjana zijn.
Het gezag van de leraar krijgt daarmee een mystiek-ontologische in plaats van een louter institutionele rechtvaardiging.
6. Toen de boeddhistische traditie zich in de loop van de tijd ontwikkelde in een georganiseerde religie, werd de kloof tussen de ariya en de puthujjana breder en breder. De professionals (d.w.z. monniken, priesters en yogi's) kregen een steeds grotere charismatisch gezag als 'verlichten' toebedeeld; terwijl de leken steeds meer een eerbiedige en onderdanige rol moesten gaan spelen.
Dit culmineerde in het soort situatie dat we terugvinden in het Tibetaans boeddhisme heden ten dage waar de leraar (lama / guru) gezien moet worden als een volledig ontwaakte Boeddha, terwijl van de leerlingen wordt verwacht dat zij zich en hun 'zelfbestemming' aan hem overgeven teneinde eventuele vorderingen op het pad te maken, die, zo wordt hen verteld, alleen mogelijk is door de 'zegen' van de lama.
7. Als men zich weloverwogen een vorm van boeddhisme probeert voor te stellen die het best geschikt zou zijn om seksuele de mogelijkheden voor een leraar te optimaliseren, zou men moeilijk het model kunnen verbeteren dat in Tibet is ontstaan. In combinatie met een feodale opvatting van absolute macht en een geloof in tantrische seksuele praktijken als middel om verlichting te bereiken, komt men tot een kant-en-klare rechtvaardiging voor mannelijke leraren om te profiteren van de vrouwelijke leerlingen.
Deze situatie is veel opzichten hetzelfde in het Japanse Zen, waar een feodaal model eveneens de overhand heeft, zij het zonder het gebruik van tantrische elementen.
8. Het is geen toeval dat de meeste gemelde gevallen van misbruik van leerlingen afkomstig zijn uit de Tibetaanse en Japanse Zen tradities; dat wil zeggen, daar waar de grootste nadruk op onderwerping en gehoorzaamheid wordt gelegd.
Dit wil niet zeggen dat dergelijk misbruik afwezig is in de Theravada - het komt daar ook voor. Het wil ook niet zeggen dat er geen leraren in de Tibetaanse en Zen tradities zijn die zich ethisch integer gedragen - want dat zijn er zeer vele.
Terwijl misbruik altijd een onethische handeling is, verricht door een bepaald mens, die daarvoor verantwoordelijk en aansprakelijk moet worden gehouden, moeten we ook erkennen dat bepaalde leerstellige en institutionele contexten dit soort gedrag meer bevorderen dan andere.
Zolang systemische ongelijkheid van institutionele macht onaangetast blijft, zal geen gewetensonderzoek in welke omvang dan ook noch het formuleren van steeds meer gedetailleerde morele 'richtlijnen' slagen in het samenhangend aanpakken van het kern-thema van het misbruik van macht.
9. Volgens de vroegste teksten is de rol van de ariya (leraar) niet, de puthujjana (leerling) afhankelijk van hem te maken, maar om de leerling in staat te stellen 'te veredelen' door de stroom te betreden (sotapatti) van het achtvoudige pad. Dus de rol van de leraar is om de leerling te helpen zo snel mogelijk op zijn eigen benen staan.
Want met het 'betreden van de stroom' wordt de persoon autonoom in zijn of haar beoefening en is niet langer afhankelijk van het gezag van een andere persoon (aparapaccaya) om door te gaan op het pad.
De suttas definiëren stroombetreden als het verkrijgen van 'lucide vertrouwen in de Boeddha, de Dharma en de Sangha' en het bereiken van het 'koesteren van de deugden dierbaar voor de edelen.'
Wat verandert is iemands oprechte ethische betrokkenheid op de beoefening. Stroombetreden heeft niets te maken met het bereiken van een esoterische 'verlichting', die vervolgens een bevoegdheid geeft om macht uit te oefenen over anderen.
10. Ten tijde van de Boeddha was het stroombetreden dat waartoe mensen uit alle lagen van de bevolking, ongeacht geslacht, hetzij monastieke of leek, werden uitgenodigd te doen.
'Sangha' verwees niet alleen naar monniken, d.w.z. de machthebbers, maar naar iedereen die de stroom van het pad had betreden. Zelfs iemand als Sarakani de Sakiyan, een man veracht door zijn collega's als de lokale dronkenlap. Door herstel van dit begrip van de stroombetreder, herstellen we een inclusief model van gemeenschap die bestaat uit autonome individuen die werken aan het ondersteunen en handhaven van elkaars beoefening.
Sommige van deze mensen kunnen 'heiligen' zijn, terwijl anderen mogelijk 'zondaars' zijn. Dat is niet het probleem.
In plaats van een reeks overeengekomen (geloofs)overtuigingen of een gedeelde toewijding aan een guru, is wat iedereen aan elkaar bindt, een bereidheid om de wijsheid elke sangha-lid hoog te houden, hem of haar tegelijk verantwoordelijk houdend voor zijn of haar tekortkomingen.
========================================================================
Tot zover de beschouwing van Batchelor.
Bron: http://sweepingzen.com/buddhism-and-sex-the-bigger-picture/ . Inclusief vele reacties!
Een paar kanttekeningen wil ik er bij maken:
Zijn verklaring van seksueel wangedrag van de leraar komt wellicht wat al te exclusief uit de ontwikkeling van het boeddhisme zelf. Voor mij is niet alleen de gezagsverhouding maar de afhankelijkheidsrelatie tussen leraar en leerling de bron van de problemen, net zo als die fout kan gaan tussen therapeut en client/patient. De leraar (of de therapeut) is zich er dan niet van bewust dat de schijnbare vrijwilligheid van de kant van de vrouw of het kind er niet echt is.
Ik voeg 'het kind' er aan toe, en bedoel 'jongen(tje)', want pedofilie door monniken moet m.i. ook 'seksueel wangedrag' genoemd worden, en komt waarschijnlijk niet alleen in de Theravada voor.
Verder noemt Batchelor de rol van het celibaat niet. In de Theravada, met een 'vrouwonhandigheid' tot vrouwvijandigheid die ik voor het gemak maar 'Aziatische cultuur' noem; (zie mijn samenvatting van de 'Achttien fouten van een klooster ' in m'n blog ) kan dit laag waarderen van vrouwen en leken risikoverhogend werken.
Om het wat ongebruikelijk te formuleren: het aanbieden van seksuele diensten kan (ook door de monnik) gezien worden als een van de vormen van dana van de leek aan de monnik, net zo als het aanbieden van voedsel of een nieuwe pij. Voor de zekerheid zeg ik er maar bij: een heel kromme redenering.
En dan de vraag:
Wat kan een (mede)leerling doen als hij of zij merkt dat er (wellicht) iets loos is in het contact tussen zijn/haar leraar en een ander?
Ik ben geen (ervarings)deskundige op dit gebied en wil niet maar wat theoretiseren.
Daarom alleen de opmerking dat er nooit een makkelijke route is; en een aantal bronnen:
Het meest concreet en toegesneden op de Nederlandse situatie is:
www.simsara.nl/ethisch-drieluik/
Beslist niet alleen bruikbaar voor beoefenaren van de inzichtsmeditatie.
En ook goed om te lezen voor iedereen uit preventief oogpunt.
Ook praktisch op het niveau van de individu is mijn vertaling van een Duitse tekst over heilzame en onheilzame structuren
Twee boeken:
Sex and the Spiritual Teacher: Why it happens, When it's a problem, and What we all can do door Scott Edelstein . O.a. via Amazon
en
Buddha Betrayed: When Spiritual Relationships Go Awry door Gerti Schoen
Ook via Amazon
Meer op beleidsniveau: hoe om te gaan met een 'schandaal' door de boeddhistische gemeenschap.
Een aankondiging van een Ronde-tafel-discussie deze zomer. Door de Buddhist Geeks
Belist niet overbodig in de Nederlandse situatie van de bevindingen kennis te nemen, want het gaat er hier meestal nogal onhandig aan toe, kunnen we bv in *OpenBoeddhisme* lezen.
Letter from Roshi Joan regarding Eido Shimano
Moeten we Joan Halifax nog nader aanbevelen?
========================================================================
Een aankondiging die enig verband heeft met bovenstaande:
Een lezing door Rita Gross
Hoe het vasthouden aan sekserollen verlichting ondermijnt
Op maandag 1 juli vanaf 19.30 uur in
Rigpa , ingang De Kuiperstraat ter hoogte van nr. 148, in Amsterdam
De voertaal is Engels. Uit de toelichting:
" Het boeddhistische onderricht van alle periodes en scholen van het boeddhisme is sekseneutraal en seksevrij, en proclameert dat vrouwen en mannen in gelijke mate in staat zijn realisatie te bereiken. Niettemin zit er een diepgewortelde tegenspraak in het hart van het boeddhisme tussen dit onderricht en de institutionele praktijken waar het om sekserollen gaat. In de geschiedenis hebben boeddhistische instituten vrouwen en mannen niet gelijk behandeld en dit probleem is door boeddhistische leraren niet krachtig genoeg bestreden. Deze algemene praktijk strekt zich zelfs uit tot het westerse boeddhisme. Maar waar het sekserollen betreft is het versterken van en het vasthouden aan conventionele normen en praktijken funest voor diepzinnige beoefening en realisatie. Het is duidelijk dat het vasthouden aan sekserollen verlichting ondermijnt. "
zondag 2 juni 2013
Een staatssecretaris als beschermer van sommige boeddhisten - En ontvanger van een brief
Het komt veel voor dat boeddhisten een beschermer ('protector') hebben. Soms is dat een wereldlijk (maar toch beetje goddelijk) persoon zoals vroeger Chinese keizers en nu nog steeds de koning van Thailand.
Soms is een 'geest' de protector. Dorje Shugden bijvoorbeeld bij sommige Tibetanen, 'Nieuwe Kadampa' noemen die zich op dit moment.
Het georganiseerde Nederlandse boeddhisme heeft wel een heel bijzondere beschermheer:
Fred Teeven, staatssecretaris van Justitie. Dat deze crimefighter waar je niet snel spirituele interessen bij zoekt, de BUN en beroepsboeddhisten moet beschermen, is wel speciaal.
Maar een protector kan ook streng zijn. Zo kan de staatssecretaris de BUN ter verantwoording roepen. Dat moet hij nu maar eens doen, dacht ik zo. Daarom heb ik hem verleden week een brief geschreven.
Op papier, in een envelop, met een postzegel, want zo gaat dat bij Justitie. Hieronder een afschrift ervan, zoals ik de staatssecretaris had aangekondigd.
Interessant is ook bijlage 2. Ik vind dat de BUN niet aan de voorwaarden van de 'erkenning' voldeed en voldoet. Vandaar mijn brief.
=====================================================================
Een aangepaste UPDATE van 4 mei
Van Groucho Marx is de uitspraak: "Ik wil niet lid zijn van een club die mensen zoals ik als lid accepteert "
Daar moet ik weer aan denken nu ik lees dat het bestuur van de BUN toch voorstelt (aan ledenvergadering van 8 juni) een werkgroep participatie ongeorganiseerde boeddhisten in te stellen '. Verdere gegevens over deze instelling ontbreken.
Maar ook zonder dat zou ik zeggen: DOE HET NIET !
Dat zeg ik tegen de ongeorganiseerden, inclusief het door John Willemsens gestarte Nederlands Boeddhisten Netwerk
( voor wie een facebook-account heeft): ga niet op een eventuele uitnodiging in.
De eenvoudige vraag is namelijk: participatie waar aan ?
Ik weet daar echt geen antwoord op.
Dat zou ik ook aan de vertegenwoordigers van de leden van de BUN kunnen zeggen maar daar zie ik van af omdat ik de hele BUN niet zie zitten.
Bron: Agenda (BUN-)ALV van 8 juni
=====================================================================
Betreft: Overeenkomst inzake erkenning van de
Boeddhistische Unie Nederland als Zendende Instantie
(voor geestelijk verzorgers bij DJI/DGV)
Aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
mr. F. Teeven
Zeer geachte heer Teeven
Onderstaande schrijf ik u als betrokken en bezorgd boeddhist, op persoonlijke titel.
Op 12 december 2012 heeft u de 'Overeenkomst inzake erkenning van de Boeddhistische Unie Nederland als Zendende Instantie' getekend, tezamen met dhr. A. Kalden, voorzitter van de BUN. (Zie www.rijksoverheid.nl/nieuws/2012/12/10/permanente-erkenning-van-de-boeddhistische-unie-nederland.html )
Deze erkenning werd mogelijk omdat de evaluatie van de gang van zaken met de 'Voorlopige erkenning' in de periode 2009-2012 door u als positief is gewaardeerd. Ik citeer uit het persbericht van uw ministerie: “Uit de evaluatie bleek dat het functioneren van de BUN als zendende instantie als voldoende is beoordeeld: Hierbij is gekeken naar de kwantiteit en kwaliteit van aanbod geestelijke verzorging, de representativiteit, de functie van zendende instantie (binnen de DGV) en de beschikbaarheid van een universitaire opleiding.”
Naar de mening van anderen (waaronder ik) was er wat betreft de aspecten 'representativiteit' en 'beschikbaarheid van een universitaire opleiding' wel iets af te dingen.
Wat betreft de representativiteit, daarover schreef het KASKI, die door uw voorganger was ingeschakeld de evaluatie uit te voeren, in haar eindadvies :
” In dit licht adviseren wij de in artikel 2.2 van de voorlopige erkenningsovereenkomst
geboden mogelijkheid tot verlenging van de overeenkomst voor een bepaalde periode
waarin de breedheid van overkoepeling en de bestuurlijke continuïteit en stabiliteit
kunnen worden verbeterd.”
'Evaluatie Boeddhistische Unie Nederland' ; Radboud Universiteit Nijmegen – KASKI; Rapport nr. 626, oktober 2012, pagina 9.
Om u moverende redenen heeft u dit externe advies niet overgenomen.
Wij hebben vernomen dat één van de ontwikkelingen na het uitkomen van dit advies is geweest dat de (grote) boeddhistische organisatie bekend onder de naam 'Zen.Nl ' met als hoofdleraar en -opleider dhr. Rients Ritskes, in november 2012 lid is geworden van de BUN.
Het is juist deze organisatie die de afgelopen maanden negatief in de publiciteit is geweest en die tevens de voorzitter van de BUN, die probeerde een 'radiostilte' in de publiciteit te bewerkstelligen, in de problemen heeft gebracht. Voor details verwijs ik naar de op internet geplaatste stukken:
http://openboeddhisme.nl/tag/zen-nl/
http://www.ronsinnige.nl/
http://joopromeijn.blogspot.nl/search/label/Zen
http://boeddhistischdagblad.nl/tag/zen-nl/
In mijn termen is de kritiek op Zen.Nl drieledig:
* De claim van hoofdleraar en hoofdopleider Rients Ritskes dat hij geautoriseerd is door een Japanse Zen-leraar en dus de boeddhistische lineage mag doorgeven, is onterecht.
* De organisatie Zen.Nl is een franchise-organisatie en lijkt daarbij (maar ik ben een leek) op een kartel; de bijdragen gevraagd van de deelnemers zijn hoog, het verloop van de geldstromen is onduidelijk.
* Het boeddhisme van Zen.Nl is – zelfs in de ruime formulering zoals te vinden op de website van de BUN – vederlicht en moet eigenlijk meer 'positief denken' genoemd worden.
Een ander argument in uw positieve erkennings-beslissing kan zijn geweest dat de voorzitter van de BUN zomer en najaar 2012 had aangekondigd een begin te maken met het betrekken van de ongeorganiseerde boeddhisten bij de BUN. Juist het ontbreken hiervan ondermijnde de representativiteitsclaim van de BUN al vele jaren. Echter: na de erkenning 12 december is er van dit voornemen van de BUN niets meer vernomen; het lijkt er op dat men dat niet meer nodig vond nu de erkenning er was.
Wat betreft de 'beschikbaarheid van een universitaire opleiding' voor boeddhistisch geestelijk verzorgers. Ongetwijfeld wordt gedoeld op een door de Vrije Universiteit aangekondigde opleiding. Maar juist in die 'aankondiging' zit het probleem: weliswaar gaat het eerste jaar van de opleiding, een éénjarige master volgens de website van de VU september 2013 van start, maar over de echte opleiding tot 'buddhist chaplain', de 'ambtsopleiding', wordt er geen duidelijkheid te geven.
De instantie die namens de BUN daarvoor zorg zou moeten dragen, de BZI, is volledig onzichtbaar. De studenten die zich voor de master willen aanmelden, verkeren in onzekerheid maar er zijn ook signalen dat het bestuur (en al helemaal de leden) van de BUN geen enkel zicht hebben op wat de BZI op dit moment doet (of niet doet).
Een ander aspect betreft de BUN als aanvrager en houder van een zendmachtiging ex artikel 2.42 van de Mediawet. Vanaf de aanvraag in 2009 tot en met de behandeling van de eis tot terugvordering van een ten onrechte uit omroepmiddelen gefinancierd onderzoek, plus boete,
de BUN volledig achter de BOS aangelopen terwijl formeel het omgekeerde had behoren plaats te vinden. Het onderzoek betrof het bepalen van het aantal boeddhisten in Nederland en had volgens het Commissariaat voor de Media door de BUN uit eigen middelen betaald horen te worden. Ten onrechte – meent ook het Commissariaat – beroepen BUN en BOS zich hierbij op hun 'Delegatieovereenkomst'.
Het KASKI schrijft als concluderend oordeel in haar advies “Wel is er onzekerheid over de claim plus boete van het Commissariaat voor de Media. Samengevat is ons inziens de bestuurlijke stabiliteit en continuïteit van de BUN in de afgelopen periode onvoldoende geweest.” (pagina 6)
Inmiddels is het bezwaarschrift van de BUN (onder regie van de BOS) tegen de sanctie door het Commissariaat afgewezen en schijnt de BOS betaald te hebben, en tegelijk schijnt de BUN (we hebben het niet zwart op wit) naar de rechtbank gegaan tegen dit besluit.
Zie http://cvdm.nl/dsresource?objectid=13025&type=org en http://cvdm.nl/dsresource?objectid=13957&type=org over dit onrechtmatig handelen.
De erkenning van 12 december 2012 is weliswaar voor onbepaalde tijd maar in artikel 2 lid 1 er van staat dat dit 'onder voorwaarden van representativiteit van de BUN ' is en in lid 2 wordt dit uitgewerkt.
Naar mijn mening is er gezien bovenstaande goede reden op dit moment te twijfelen aan de representativiteit, de effectiviteit, de stabiliteit etc. van de BUN.
In lid 3 van artikel 2 wordt gesteld: “De BUN zendt de staatssecretaris, desgevraagd, alle relevante stukken en informatie aangaande haar functioneren als zendende instantie, en treedt in dit kader in overleg met de staatssecretaris wanneer hij dit wenst.”
Deze wenselijkheid lijkt mij op dit moment ruimschoots aanwezig.
Deze brief beschouw ik als openbaar, ik zal haar opnemen in mijn blog.
Met vriendelijke groet,
Hoogachtend,
(was getekend)
drs. J.W. Romeijn
…
Bijlage 1
'Evaluatie Boeddhistische Unie Nederland' ; Radboud Universiteit Nijmegen – KASKI;
Rapport nr. 626, oktober 2012, pagina 9
SLOTCONCLUSIE
De boeddhistische geestelijke verzorging aan ingeslotenen is in kwantitatief en kwalitatief opzicht voldoende. Binnen DGV en de daar van kracht zijnde bepalingen rond bijvoorbeeld inhoudelijke aansturing, kwaliteitsbeleid en denominatieve samenwerking functioneert de boeddhistische denominatie naar behoren. De universitaire opleiding boeddhisme start in september 2012 aan de VU; voor de ambtsopleiding is subsidie
toegezegd door OCW.
Anderzijds hebben wij op basis van ons onderzoek geconcludeerd dat de BUN onvoldoende beantwoordt aan het criterium van representativiteit zoals dit in de voorlopige erkenningsovereenkomst is geformuleerd. Met name wat betreft de breedheid van de overkoepeling en de bestuurlijke continuïteit en stabiliteit schiet de BUN in de afgelopen periode 2009 tot medio 2012 tekort.
Daarbij tekenen wij aan dat deze criteria een lastige opgave betekenen, gezien de gefragmenteerdheid van het boeddhisme in Nederland en het karakter van de BUN als een vrijwilligersorganisatie met weinig middelen. Het siert de BUN dat zij via het interne onderzoek van de Werkgroep Lotusbloem een aantal problemen niet uit de weg gaat en zichzelf met de acceptatie van de aanbevelingen van de Werkgroep een zware agenda heeft opgelegd. Deze aanbevelingen betreffen naast bestuurlijke verbeteringen ook een mogelijke vertegenwoordiging van de individuele boeddhisten. Op basis van ons onderzoek doen wij additioneel nog de aanbeveling om de ledenwerving onder locale sangha’s en etnische boeddhisten te intensiveren.
Onze conclusie is dat het functioneren van de BUN als zendende instantie bij DGV over de periode 2009 tot medio 2012 op drie van de vier genoemde criteria voldoende is geweest, maar niet wat betreft het criterium representativiteit. Wel zijn er binnen de BUN duidelijk aanzetten tot verbeteringen in dit opzicht. Daarbij komt het gegeven dat er zich geen andere vertegenwoordiging van het boeddhisme in Nederland aandient. In dit licht adviseren wij de in artikel 2.2 van de voorlopige erkenningsovereenkomst geboden mogelijkheid tot verlenging van de overeenkomst voor een bepaalde periode waarin de breedheid van overkoepeling en de bestuurlijke continuïteit en stabiliteit kunnen worden verbeterd.
Bijlage 2
(Passage uit de) Overeenkomst inzake erkenning van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) als Zendende Instantie
zoals ondertekend op 10 december 2012 door de staatssecretaris van Veiligheid & Justitie en de voorzitter van de BUN
Artikel 2 Voorwaarden
1. De erkenning geschiedt voor onbepaalde tijd onder de voorwaarden van representativiteit van
de BUN voor de boeddhistische godsdienstige gemeenschap, alsook het garant staan voor
het aanbod van de boeddhistische geestelijke verzorging aan alle boeddhistische justitiabelen.
2. De representativiteit van de BUN als bedoeld in het voorgaand lid dient te voldoen aan de
volgende criteria:
a. breedheid van de overkoepeling: de BUN dient voldoende groeperingen te vertegenwoordigen
b. effectiviteit: de BUN dient voldoende daadkracht te hebben en te tonen, zijn zendende
activiteit effectief uit te oefenen en voldoende draagvlak in de boeddhistische gemeenschap
van Nederland te hebben;
c. de continuïteit en stabiliteit van de BUN dient zowel op de korte als op de lange termijn
verzekerd te zijn;
d. toegankelijkheid: de BUN laat een boeddhistische religieuze organisatie die daartoe een
aanvraag doet toe als lid van de BUN, mits de organisatie een substantiële en representatieve
boeddhistische stroming vertegenwoordigt en indien de organisatie bereid en in staat is
binnen het kader van de toepasselijke wet- en regelgeving bij te dragen aan de taken van de
Dienst Geestelijke Verzorging.
3. De BUN zendt de Staatssecretaris, desgevraagd, alle relevante stukken en informatie
aangaande haar functioneren als zendende instantie en treedt in dit kader on overleg met de
Staatssecretaris wanneer hij dit wenst.
Soms is een 'geest' de protector. Dorje Shugden bijvoorbeeld bij sommige Tibetanen, 'Nieuwe Kadampa' noemen die zich op dit moment.
Het georganiseerde Nederlandse boeddhisme heeft wel een heel bijzondere beschermheer:
Fred Teeven, staatssecretaris van Justitie. Dat deze crimefighter waar je niet snel spirituele interessen bij zoekt, de BUN en beroepsboeddhisten moet beschermen, is wel speciaal.
Maar een protector kan ook streng zijn. Zo kan de staatssecretaris de BUN ter verantwoording roepen. Dat moet hij nu maar eens doen, dacht ik zo. Daarom heb ik hem verleden week een brief geschreven.
Op papier, in een envelop, met een postzegel, want zo gaat dat bij Justitie. Hieronder een afschrift ervan, zoals ik de staatssecretaris had aangekondigd.
Interessant is ook bijlage 2. Ik vind dat de BUN niet aan de voorwaarden van de 'erkenning' voldeed en voldoet. Vandaar mijn brief.
=====================================================================
Een aangepaste UPDATE van 4 mei
Van Groucho Marx is de uitspraak: "Ik wil niet lid zijn van een club die mensen zoals ik als lid accepteert "
Daar moet ik weer aan denken nu ik lees dat het bestuur van de BUN toch voorstelt (aan ledenvergadering van 8 juni) een werkgroep participatie ongeorganiseerde boeddhisten in te stellen '. Verdere gegevens over deze instelling ontbreken.
Maar ook zonder dat zou ik zeggen: DOE HET NIET !
Dat zeg ik tegen de ongeorganiseerden, inclusief het door John Willemsens gestarte Nederlands Boeddhisten Netwerk
( voor wie een facebook-account heeft): ga niet op een eventuele uitnodiging in.
De eenvoudige vraag is namelijk: participatie waar aan ?
Ik weet daar echt geen antwoord op.
Dat zou ik ook aan de vertegenwoordigers van de leden van de BUN kunnen zeggen maar daar zie ik van af omdat ik de hele BUN niet zie zitten.
Bron: Agenda (BUN-)ALV van 8 juni
=====================================================================
Betreft: Overeenkomst inzake erkenning van de
Boeddhistische Unie Nederland als Zendende Instantie
(voor geestelijk verzorgers bij DJI/DGV)
Aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
mr. F. Teeven
Amersfoort, 28 mei 2013
Zeer geachte heer Teeven
Onderstaande schrijf ik u als betrokken en bezorgd boeddhist, op persoonlijke titel.
Op 12 december 2012 heeft u de 'Overeenkomst inzake erkenning van de Boeddhistische Unie Nederland als Zendende Instantie' getekend, tezamen met dhr. A. Kalden, voorzitter van de BUN. (Zie www.rijksoverheid.nl/nieuws/2012/12/10/permanente-erkenning-van-de-boeddhistische-unie-nederland.html )
Deze erkenning werd mogelijk omdat de evaluatie van de gang van zaken met de 'Voorlopige erkenning' in de periode 2009-2012 door u als positief is gewaardeerd. Ik citeer uit het persbericht van uw ministerie: “Uit de evaluatie bleek dat het functioneren van de BUN als zendende instantie als voldoende is beoordeeld: Hierbij is gekeken naar de kwantiteit en kwaliteit van aanbod geestelijke verzorging, de representativiteit, de functie van zendende instantie (binnen de DGV) en de beschikbaarheid van een universitaire opleiding.”
Naar de mening van anderen (waaronder ik) was er wat betreft de aspecten 'representativiteit' en 'beschikbaarheid van een universitaire opleiding' wel iets af te dingen.
Wat betreft de representativiteit, daarover schreef het KASKI, die door uw voorganger was ingeschakeld de evaluatie uit te voeren, in haar eindadvies :
” In dit licht adviseren wij de in artikel 2.2 van de voorlopige erkenningsovereenkomst
geboden mogelijkheid tot verlenging van de overeenkomst voor een bepaalde periode
waarin de breedheid van overkoepeling en de bestuurlijke continuïteit en stabiliteit
kunnen worden verbeterd.”
'Evaluatie Boeddhistische Unie Nederland' ; Radboud Universiteit Nijmegen – KASKI; Rapport nr. 626, oktober 2012, pagina 9.
Om u moverende redenen heeft u dit externe advies niet overgenomen.
Wij hebben vernomen dat één van de ontwikkelingen na het uitkomen van dit advies is geweest dat de (grote) boeddhistische organisatie bekend onder de naam 'Zen.Nl ' met als hoofdleraar en -opleider dhr. Rients Ritskes, in november 2012 lid is geworden van de BUN.
Het is juist deze organisatie die de afgelopen maanden negatief in de publiciteit is geweest en die tevens de voorzitter van de BUN, die probeerde een 'radiostilte' in de publiciteit te bewerkstelligen, in de problemen heeft gebracht. Voor details verwijs ik naar de op internet geplaatste stukken:
http://openboeddhisme.nl/tag/zen-nl/
http://www.ronsinnige.nl/
http://joopromeijn.blogspot.nl/search/label/Zen
http://boeddhistischdagblad.nl/tag/zen-nl/
In mijn termen is de kritiek op Zen.Nl drieledig:
* De claim van hoofdleraar en hoofdopleider Rients Ritskes dat hij geautoriseerd is door een Japanse Zen-leraar en dus de boeddhistische lineage mag doorgeven, is onterecht.
* De organisatie Zen.Nl is een franchise-organisatie en lijkt daarbij (maar ik ben een leek) op een kartel; de bijdragen gevraagd van de deelnemers zijn hoog, het verloop van de geldstromen is onduidelijk.
* Het boeddhisme van Zen.Nl is – zelfs in de ruime formulering zoals te vinden op de website van de BUN – vederlicht en moet eigenlijk meer 'positief denken' genoemd worden.
Een ander argument in uw positieve erkennings-beslissing kan zijn geweest dat de voorzitter van de BUN zomer en najaar 2012 had aangekondigd een begin te maken met het betrekken van de ongeorganiseerde boeddhisten bij de BUN. Juist het ontbreken hiervan ondermijnde de representativiteitsclaim van de BUN al vele jaren. Echter: na de erkenning 12 december is er van dit voornemen van de BUN niets meer vernomen; het lijkt er op dat men dat niet meer nodig vond nu de erkenning er was.
Wat betreft de 'beschikbaarheid van een universitaire opleiding' voor boeddhistisch geestelijk verzorgers. Ongetwijfeld wordt gedoeld op een door de Vrije Universiteit aangekondigde opleiding. Maar juist in die 'aankondiging' zit het probleem: weliswaar gaat het eerste jaar van de opleiding, een éénjarige master volgens de website van de VU september 2013 van start, maar over de echte opleiding tot 'buddhist chaplain', de 'ambtsopleiding', wordt er geen duidelijkheid te geven.
De instantie die namens de BUN daarvoor zorg zou moeten dragen, de BZI, is volledig onzichtbaar. De studenten die zich voor de master willen aanmelden, verkeren in onzekerheid maar er zijn ook signalen dat het bestuur (en al helemaal de leden) van de BUN geen enkel zicht hebben op wat de BZI op dit moment doet (of niet doet).
Een ander aspect betreft de BUN als aanvrager en houder van een zendmachtiging ex artikel 2.42 van de Mediawet. Vanaf de aanvraag in 2009 tot en met de behandeling van de eis tot terugvordering van een ten onrechte uit omroepmiddelen gefinancierd onderzoek, plus boete,
de BUN volledig achter de BOS aangelopen terwijl formeel het omgekeerde had behoren plaats te vinden. Het onderzoek betrof het bepalen van het aantal boeddhisten in Nederland en had volgens het Commissariaat voor de Media door de BUN uit eigen middelen betaald horen te worden. Ten onrechte – meent ook het Commissariaat – beroepen BUN en BOS zich hierbij op hun 'Delegatieovereenkomst'.
Het KASKI schrijft als concluderend oordeel in haar advies “Wel is er onzekerheid over de claim plus boete van het Commissariaat voor de Media. Samengevat is ons inziens de bestuurlijke stabiliteit en continuïteit van de BUN in de afgelopen periode onvoldoende geweest.” (pagina 6)
Inmiddels is het bezwaarschrift van de BUN (onder regie van de BOS) tegen de sanctie door het Commissariaat afgewezen en schijnt de BOS betaald te hebben, en tegelijk schijnt de BUN (we hebben het niet zwart op wit) naar de rechtbank gegaan tegen dit besluit.
Zie http://cvdm.nl/dsresource?objectid=13025&type=org en http://cvdm.nl/dsresource?objectid=13957&type=org over dit onrechtmatig handelen.
De erkenning van 12 december 2012 is weliswaar voor onbepaalde tijd maar in artikel 2 lid 1 er van staat dat dit 'onder voorwaarden van representativiteit van de BUN ' is en in lid 2 wordt dit uitgewerkt.
Naar mijn mening is er gezien bovenstaande goede reden op dit moment te twijfelen aan de representativiteit, de effectiviteit, de stabiliteit etc. van de BUN.
In lid 3 van artikel 2 wordt gesteld: “De BUN zendt de staatssecretaris, desgevraagd, alle relevante stukken en informatie aangaande haar functioneren als zendende instantie, en treedt in dit kader in overleg met de staatssecretaris wanneer hij dit wenst.”
Deze wenselijkheid lijkt mij op dit moment ruimschoots aanwezig.
Deze brief beschouw ik als openbaar, ik zal haar opnemen in mijn blog.
Met vriendelijke groet,
Hoogachtend,
(was getekend)
drs. J.W. Romeijn
…
Bijlage 1
'Evaluatie Boeddhistische Unie Nederland' ; Radboud Universiteit Nijmegen – KASKI;
Rapport nr. 626, oktober 2012, pagina 9
SLOTCONCLUSIE
De boeddhistische geestelijke verzorging aan ingeslotenen is in kwantitatief en kwalitatief opzicht voldoende. Binnen DGV en de daar van kracht zijnde bepalingen rond bijvoorbeeld inhoudelijke aansturing, kwaliteitsbeleid en denominatieve samenwerking functioneert de boeddhistische denominatie naar behoren. De universitaire opleiding boeddhisme start in september 2012 aan de VU; voor de ambtsopleiding is subsidie
toegezegd door OCW.
Anderzijds hebben wij op basis van ons onderzoek geconcludeerd dat de BUN onvoldoende beantwoordt aan het criterium van representativiteit zoals dit in de voorlopige erkenningsovereenkomst is geformuleerd. Met name wat betreft de breedheid van de overkoepeling en de bestuurlijke continuïteit en stabiliteit schiet de BUN in de afgelopen periode 2009 tot medio 2012 tekort.
Daarbij tekenen wij aan dat deze criteria een lastige opgave betekenen, gezien de gefragmenteerdheid van het boeddhisme in Nederland en het karakter van de BUN als een vrijwilligersorganisatie met weinig middelen. Het siert de BUN dat zij via het interne onderzoek van de Werkgroep Lotusbloem een aantal problemen niet uit de weg gaat en zichzelf met de acceptatie van de aanbevelingen van de Werkgroep een zware agenda heeft opgelegd. Deze aanbevelingen betreffen naast bestuurlijke verbeteringen ook een mogelijke vertegenwoordiging van de individuele boeddhisten. Op basis van ons onderzoek doen wij additioneel nog de aanbeveling om de ledenwerving onder locale sangha’s en etnische boeddhisten te intensiveren.
Onze conclusie is dat het functioneren van de BUN als zendende instantie bij DGV over de periode 2009 tot medio 2012 op drie van de vier genoemde criteria voldoende is geweest, maar niet wat betreft het criterium representativiteit. Wel zijn er binnen de BUN duidelijk aanzetten tot verbeteringen in dit opzicht. Daarbij komt het gegeven dat er zich geen andere vertegenwoordiging van het boeddhisme in Nederland aandient. In dit licht adviseren wij de in artikel 2.2 van de voorlopige erkenningsovereenkomst geboden mogelijkheid tot verlenging van de overeenkomst voor een bepaalde periode waarin de breedheid van overkoepeling en de bestuurlijke continuïteit en stabiliteit kunnen worden verbeterd.
Bijlage 2
(Passage uit de) Overeenkomst inzake erkenning van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN) als Zendende Instantie
zoals ondertekend op 10 december 2012 door de staatssecretaris van Veiligheid & Justitie en de voorzitter van de BUN
Artikel 2 Voorwaarden
1. De erkenning geschiedt voor onbepaalde tijd onder de voorwaarden van representativiteit van
de BUN voor de boeddhistische godsdienstige gemeenschap, alsook het garant staan voor
het aanbod van de boeddhistische geestelijke verzorging aan alle boeddhistische justitiabelen.
2. De representativiteit van de BUN als bedoeld in het voorgaand lid dient te voldoen aan de
volgende criteria:
a. breedheid van de overkoepeling: de BUN dient voldoende groeperingen te vertegenwoordigen
b. effectiviteit: de BUN dient voldoende daadkracht te hebben en te tonen, zijn zendende
activiteit effectief uit te oefenen en voldoende draagvlak in de boeddhistische gemeenschap
van Nederland te hebben;
c. de continuïteit en stabiliteit van de BUN dient zowel op de korte als op de lange termijn
verzekerd te zijn;
d. toegankelijkheid: de BUN laat een boeddhistische religieuze organisatie die daartoe een
aanvraag doet toe als lid van de BUN, mits de organisatie een substantiële en representatieve
boeddhistische stroming vertegenwoordigt en indien de organisatie bereid en in staat is
binnen het kader van de toepasselijke wet- en regelgeving bij te dragen aan de taken van de
Dienst Geestelijke Verzorging.
3. De BUN zendt de Staatssecretaris, desgevraagd, alle relevante stukken en informatie
aangaande haar functioneren als zendende instantie en treedt in dit kader on overleg met de
Staatssecretaris wanneer hij dit wenst.
zaterdag 25 mei 2013
Statuten (zo goed als nieuw) van een stichting 'PLATFORM BOEDDHISTEN NEDERLAND'
De afgelopen maanden is er opnieuw de discussie ontstaan of er niet - naast of in plaats van de BUN - een nieuwe landelijke organisatie van boeddhisten moet komen.
Aanjager van deze discussie is vooral John Willemsens geweest. Die is daartoe nu een Facebook-groep gestart https://www.facebook.com/groups/N.B.V.i.o/
Dit initiatief riep herinneringen bij me op over een proces een kleine vier jaar geleden toen we eraan dachten naast de BUN ook een zendtijdaanvraag namens (ongeorganiseerde) Nederlandse boeddhisten bij het Commissariaat voor de Media in te dienen. Daar was een rechtspersoon voor nodig en als denkoefening heb ik toen de mogelijke statuten voor zo'n rechtspersoon gemaakt.
Het werd formeel een stichting maar zo dat wel de voordelen en niet de nadelen van een vereniging werden gebruikt. Uiteindelijk zal de stichting wellicht een vereniging moeten worden.
In die tijd had ik nog de hoop dat de BUN kon veranderen en dat 'mijn' stichting daar een bijdrage aan kon leveren. Sommige artikelen duiden nog op samenwerken of samengaan met de BUN.
Ik weet dat bij sommigen nog deze hoop leeft.
Voor mij is het inmiddels vergelijkbaar met het geloof van een 7-jarige in Sinterklaas: eigenlijk niet meer maar het is wel slim nog een tijdje te doen alsof.
Destijds heb ik dit stuk wel in kleine kring verspreid, maar we hebben het niet doorgezet.
Of de kans van slagen nu groter is als vier jaar geleden vind ik moeilijk in te schatten, een punt in het voordeel van het huidige initiatief is dat de BUN er nu veel droeviger aan toe is.
Vandaar mijn concept uit 2009: Zo Goed Als Nieuw, voor wie er wat aan heeft. Wijzigen staat vrij.
==============================================================
STATUTEN van de STICHTING “PLATFORM BOEDDHISTEN NEDERLAND (P.B.N) ”
1. De stichting draagt de naam: Platform Boeddhisten Nederland (P.B.N).
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Boarnsterhim
1. Het doel van de stichting is:
- het bevorderen van samenwerking tussen in Nederland praktiserende boeddhisten, in de eerste plaats zij die niet aan een boeddhistische groepering (sangha) verbonden zijn;
- het in openbare media bekendheid geven van wat het reëel bestaande boeddhisme in Nederland is en op welke wijzen het beoefend wordt.
De stichting is niet gebonden aan enige specifieke boeddhistische traditie.
2. Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door, handelend vanuit principes zoals transparantie, waarachtigheid en kritische zin:
- contacten te onderhouden met al die organisaties, groeperingen en individuen, welke contacten voor de realisering van haar doelstellingen zinvol zijn;
- het organiseren van lokale groepen;
- het intern en met anderen bediscussiëren van de ontwikkelingen van het boeddhisme;
- het geven van informatie betreffende de receptie en beoefening van het Boeddhisme in Nederland;
- al hetgeen overigens tot het realiseren van haar doelstellingen bevorderlijk kan zijn.
1. De stichting is aangegaan voor onbepaalde tijd.
2. Het boekjaar van de stichting is het kalenderjaar,
Ieder die zich daarvoor aanmeldt, kan donateur van de stichting worden, hierna verder te noemen ‘participant‘.
2. De aanmelding dient vergezeld te gaan met de verklaring dat de aanmelder zich als boeddhist beschouwt.
Iedere participant is verplicht jaarlijks een geldelijke bijdrage te verlenen. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.
1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven natuurlijke personen, die tezamen het algemeen bestuur vormen;
2. Leden van het algemeen bestuur dienen participant van de stichting te zijn.
3. Leden van het algemeen bestuur worden door de zittende leden van dit bestuur benoemd voor een periode van maximaal vier jaar, op bindende voordracht van de algemene bestuursvergadering, zoals beschreven in artikel 13.
4. De bestuursleden treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster aftredend bestuurslid is twee maal onmiddellijk herbenoembaar.
5. Het algemeen bestuur kiest uit haar midden een dagelijks bestuur, ten minste bestaande uit een voorzitter, een secretaris en een penningmeester;
1. Het dagelijks bestuur vertegenwoordigt de stichting.
2. Leden van het algemeen bestuur kunnen de vergaderingen van het dagelijks bestuur bijwonen.
3. De verslagen van de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn openbaar
1. De algemene bestuursvergadering wordt gehouden in Nederland in de plaats als bij de oproeping van de vergadering bepaald.
2. Algemene bestuursvergaderingen worden door het dagelijks bestuur bijeengeroepen zo dikwijls het dagelijks bestuur dit wenselijk oordeelt of daartoe op grond van de wet verplicht is.
Jaarlijks wordt ten minste één vergadering gehouden.
3. Voor deze vergadering worden de leden van het algemeen bestuur en de participanten van de stichting uitgenodigd.
4. De bijeenroeping van de algemene bestuursvergadering geschiedt door schriftelijke mededeling aan alle bestuursleden en participanten op een termijn van ten minste zeven dagen.
Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld.
2. De algemene bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, door een ander lid van het dagelijks bestuur.
Zijn geen dagelijks bestuursleden aanwezig, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
3. Van het ter algemene bestuursvergadering verhandelde worden notulen gehouden door de secretaris of door een door de voorzitter aangewezen persoon. Deze notulen worden in de zelfde of in de eerstvolgende algemene bestuursvergadering vastgesteld en zijn vervolgens openbaar
Artikel 15
1. Iedere aanwezige participant heeft één stem in de algemene bestuursvergadering.
2. Het algemeen bestuur neemt besluiten genomen door de meerderheid van de aanwezige participanten over, tenzij deze strijdig zijn van de statutaire doelstelling.
3. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de algemene bestuursvergadering worden gehouden.
2. Er wordt ten minste één algemene bestuursvergadering gehouden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar. In deze algemene bestuursvergadering brengt het bestuur zijn jaarverslag uit over de gang van zaken in de stichting en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene bestuursvergadering over.
1. Besluiten tot wijziging van de statuten, dan wel tot fusie van de stichting kunnen slechts worden genomen door een besluit van de algemene bestuursvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten dan wel fusie zal worden voorgesteld.
2. De statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.
1. Het bepaalde in artikel 17 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van de algemene bestuursvergadering tot ontbinding van de stichting.
2. De algemene bestuursvergadering stelt bij haar in het vorige lid bedoelde besluit de bestemming vast voor het batig saldo, en wel zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van de stichting.
1. De algemene bestuursvergadering kan een of meer reglementen vaststellen en wijzigen, waarin onderwerpen worden geregeld waarin door deze statuten niet of niet volledig wordt voorzien.
2. Een reglement mag geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn met de wet of met deze statuten.
3. Op besluiten tot vaststelling en tot wijziging van een reglement is het bepaalde in artikel 17 van overeenkomstige toepassing.
Aan het algemeen bestuur komen alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
Aanjager van deze discussie is vooral John Willemsens geweest. Die is daartoe nu een Facebook-groep gestart https://www.facebook.com/groups/N.B.V.i.o/
Dit initiatief riep herinneringen bij me op over een proces een kleine vier jaar geleden toen we eraan dachten naast de BUN ook een zendtijdaanvraag namens (ongeorganiseerde) Nederlandse boeddhisten bij het Commissariaat voor de Media in te dienen. Daar was een rechtspersoon voor nodig en als denkoefening heb ik toen de mogelijke statuten voor zo'n rechtspersoon gemaakt.
Het werd formeel een stichting maar zo dat wel de voordelen en niet de nadelen van een vereniging werden gebruikt. Uiteindelijk zal de stichting wellicht een vereniging moeten worden.
In die tijd had ik nog de hoop dat de BUN kon veranderen en dat 'mijn' stichting daar een bijdrage aan kon leveren. Sommige artikelen duiden nog op samenwerken of samengaan met de BUN.
Ik weet dat bij sommigen nog deze hoop leeft.
Voor mij is het inmiddels vergelijkbaar met het geloof van een 7-jarige in Sinterklaas: eigenlijk niet meer maar het is wel slim nog een tijdje te doen alsof.
Destijds heb ik dit stuk wel in kleine kring verspreid, maar we hebben het niet doorgezet.
Of de kans van slagen nu groter is als vier jaar geleden vind ik moeilijk in te schatten, een punt in het voordeel van het huidige initiatief is dat de BUN er nu veel droeviger aan toe is.
Vandaar mijn concept uit 2009: Zo Goed Als Nieuw, voor wie er wat aan heeft. Wijzigen staat vrij.
==============================================================
STATUTEN van de STICHTING “PLATFORM BOEDDHISTEN NEDERLAND (P.B.N) ”
Naam en zetel
Artikel 11. De stichting draagt de naam: Platform Boeddhisten Nederland (P.B.N).
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Boarnsterhim
Doel
Artikel 2 1. Het doel van de stichting is:
- het bevorderen van samenwerking tussen in Nederland praktiserende boeddhisten, in de eerste plaats zij die niet aan een boeddhistische groepering (sangha) verbonden zijn;
- het in openbare media bekendheid geven van wat het reëel bestaande boeddhisme in Nederland is en op welke wijzen het beoefend wordt.
De stichting is niet gebonden aan enige specifieke boeddhistische traditie.
2. Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door, handelend vanuit principes zoals transparantie, waarachtigheid en kritische zin:
- contacten te onderhouden met al die organisaties, groeperingen en individuen, welke contacten voor de realisering van haar doelstellingen zinvol zijn;
- het organiseren van lokale groepen;
- het intern en met anderen bediscussiëren van de ontwikkelingen van het boeddhisme;
- het geven van informatie betreffende de receptie en beoefening van het Boeddhisme in Nederland;
- al hetgeen overigens tot het realiseren van haar doelstellingen bevorderlijk kan zijn.
3. De stichting heeft niet ten
doel het maken van winst.
Artikel 3
De stichting streeft er naar om -
als “Platform ongeorganiseerde boeddhisten” - samen met bestaande
verenigingen van boeddhistische groeperingen een boeddhistisch
genootschap te gaan vormen.
Duur
Artikel 4 1. De stichting is aangegaan voor onbepaalde tijd.
2. Het boekjaar van de stichting is het kalenderjaar,
Donateurs/participanten
Artikel 5Ieder die zich daarvoor aanmeldt, kan donateur van de stichting worden, hierna verder te noemen ‘participant‘.
Artikel 6
1. Aanmelding als participant
geschiedt door een daartoe strekkend verzoek, gericht aan het
dagelijks bestuur.2. De aanmelding dient vergezeld te gaan met de verklaring dat de aanmelder zich als boeddhist beschouwt.
Geldmiddelen
Artikel 7 Iedere participant is verplicht jaarlijks een geldelijke bijdrage te verlenen. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.
Artikel 8
Participanten hebben het recht om
de vergaderingen van het algemene bestuur bij te wonen en het woord
te voeren.
Artikel 9
De geldmiddelen van de stichting
bestaan voorts uit legaten, schenkingen en andere inkomsten.
Bestuur
Artikel 101. Het bestuur bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven natuurlijke personen, die tezamen het algemeen bestuur vormen;
2. Leden van het algemeen bestuur dienen participant van de stichting te zijn.
3. Leden van het algemeen bestuur worden door de zittende leden van dit bestuur benoemd voor een periode van maximaal vier jaar, op bindende voordracht van de algemene bestuursvergadering, zoals beschreven in artikel 13.
4. De bestuursleden treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster aftredend bestuurslid is twee maal onmiddellijk herbenoembaar.
5. Het algemeen bestuur kiest uit haar midden een dagelijks bestuur, ten minste bestaande uit een voorzitter, een secretaris en een penningmeester;
Artikel 11
Het algemeen bestuur kan
commissies benoemen die onder haar verantwoordelijkheid
ondersteunende werkzaamheden verrichten.
Dagelijks bestuur
Artikel 121. Het dagelijks bestuur vertegenwoordigt de stichting.
2. Leden van het algemeen bestuur kunnen de vergaderingen van het dagelijks bestuur bijwonen.
3. De verslagen van de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn openbaar
Algemene
bestuursvergaderingen
Artikel 131. De algemene bestuursvergadering wordt gehouden in Nederland in de plaats als bij de oproeping van de vergadering bepaald.
2. Algemene bestuursvergaderingen worden door het dagelijks bestuur bijeengeroepen zo dikwijls het dagelijks bestuur dit wenselijk oordeelt of daartoe op grond van de wet verplicht is.
Jaarlijks wordt ten minste één vergadering gehouden.
3. Voor deze vergadering worden de leden van het algemeen bestuur en de participanten van de stichting uitgenodigd.
4. De bijeenroeping van de algemene bestuursvergadering geschiedt door schriftelijke mededeling aan alle bestuursleden en participanten op een termijn van ten minste zeven dagen.
Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld.
Artikel 14
1. De vergaderingen van het
algemene bestuur zijn openbaar. 2. De algemene bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, door een ander lid van het dagelijks bestuur.
Zijn geen dagelijks bestuursleden aanwezig, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
3. Van het ter algemene bestuursvergadering verhandelde worden notulen gehouden door de secretaris of door een door de voorzitter aangewezen persoon. Deze notulen worden in de zelfde of in de eerstvolgende algemene bestuursvergadering vastgesteld en zijn vervolgens openbaar
Artikel 15
1. Iedere aanwezige participant heeft één stem in de algemene bestuursvergadering.
2. Het algemeen bestuur neemt besluiten genomen door de meerderheid van de aanwezige participanten over, tenzij deze strijdig zijn van de statutaire doelstelling.
3. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de algemene bestuursvergadering worden gehouden.
Artikel 16
1. Het boekjaar van de stichting
is gelijk aan het kalenderjaar.2. Er wordt ten minste één algemene bestuursvergadering gehouden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar. In deze algemene bestuursvergadering brengt het bestuur zijn jaarverslag uit over de gang van zaken in de stichting en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene bestuursvergadering over.
Statutenwijziging/fusie
Artikel 171. Besluiten tot wijziging van de statuten, dan wel tot fusie van de stichting kunnen slechts worden genomen door een besluit van de algemene bestuursvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten dan wel fusie zal worden voorgesteld.
2. De statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.
Ontbinding en
vereffening
Artikel 181. Het bepaalde in artikel 17 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van de algemene bestuursvergadering tot ontbinding van de stichting.
2. De algemene bestuursvergadering stelt bij haar in het vorige lid bedoelde besluit de bestemming vast voor het batig saldo, en wel zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van de stichting.
Reglementen
Artikel 191. De algemene bestuursvergadering kan een of meer reglementen vaststellen en wijzigen, waarin onderwerpen worden geregeld waarin door deze statuten niet of niet volledig wordt voorzien.
2. Een reglement mag geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn met de wet of met deze statuten.
3. Op besluiten tot vaststelling en tot wijziging van een reglement is het bepaalde in artikel 17 van overeenkomstige toepassing.
Slotbepaling
Artikel 20Aan het algemeen bestuur komen alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
Labels:
boeddhisme in Nederland,
BUN,
geëngageerd boeddhisme
maandag 13 mei 2013
Heilzame en onheilzame structuren van groepen Leidraad om groepen en leraren te waarderen
Het bestuur van de Deutschen Buddhistischen Union (DBU) heeft een leidraad geformuleerd om de mensen hulp en ondersteuning te geven die hun lidmaatschap van boeddhistische of andere groeperingen nog eens kritisch willen overwegen.
De DBU is de Duitse BUN, maar dan aanmerkelijk beter georganiseerd, ze hebben bijvoorbeeld al jaren een vorm om 'ongeorganiseerde boeddhisten' toch een rol in hun organisatie te kunnen laten spelen.
Hieronder vertaal ik deze leidraad, die volgens mij ook voor de situatie in Nederland (en dan denk ik niet alleen aan Zen.Nl maar breder) bruikbaar is.
Wel valt me op dat hier voor ons (Nederlandse) doen vanzelfsprekend van deelname aan expliciet boeddhistische groepen sprake is. In Nederland is dat juist niet altijd duidelijk. Vandaar dat ik in een nawoord twee vragen ten behoeve van het zoeken en de zelfreflectie toevoeg.
Voor het Duitse origineel, zie hier . De oorspronkelijke titel luidt: 'Heilsame und unheilsame Strukturen in Gruppen ' en is in 2007 door de DBU vastgesteld. Al is het maar twee pagina's, het is - ook in de ogen van de DBU-mensen zelf - een 'zwaar' stuk, er zit veel ervaring in verwerkt !
======================================================================
Update 15 mei
Ik had de DBU toestemming gevraagd, zo'n groot (vertaald) citaat uit hun 'handreiking' te mogen gebruiken.
Hun prachtige reactie (mooier dan mijn Duits): " das ist doch wunderbar, wenn unsere Handreichung auch zum Nutzen von Wesen ist, die in den Niederlanden leben. ;-)
Van alle teksten die ik de afgelopen jaren op deze blog heb gezet, heeft deze de meeste reacties opgeleverd, hier en op andere blogs/sites.
======================================================================
" Deze leidraad is bedoeld voor al diegenen die zich bezighouden met de leer van de Boeddha en op hun 'pad' in een groep ('sangha') door een leraar worden begeleid.
Onze motivatie voor het formuleren van deze leidraad is de behoefte aan bescherming en het voorkomen van problemen voor onszelf, voor onze (boeddhistische) groep en voor al degenen die aan het begin van hun 'pad' staan.
Duidelijkheid over de eigen motivatie biedt bescherming en steun om het heilzame tot stand te brengen en het onheilzame te vermijden.
De maatschappij waarin wij leven, is gebaseerd op de mensenrechten en de grondrechten die worden gegarandeerd door de grondwet. De 2500 jaar geleden door de Boeddha onderwezen ethiek is in overeenstemming met deze principes - ze moeten ook worden weerspiegeld in de structuren van de boeddhistische groepen.
De Boeddha zegt dat alle levende wezens de potentie hebben tot het volledige ontwaken. Op weg om dit potentieel te bereiken, echter, komen we veel obstakels tegen. Daar kunnen ook ongezonde groeps-structuren onder vallen die we hier willen beschrijven.
In elke vermeende aberratie is ook een positieve ontwikkeling verborgen, zolang we onszelf toestaan om onze situatie te spiegelen en om fouten te corrigeren. De persoonlijke keuzevrijheid kan steeds opnieuw worden veroverd.
In deze zin willen we aansporingen tot nadenken geven en de mensen aanmoedigen om de eigen perceptie en intuïtie te vertrouwen en zich een eigen oordeel te vormen.
De volgende vragen zijn bedoeld als een gids voor beginners, en tegelijkertijd een aansporing tot zelfreflectie van degenen al langer in een groep zitten.
Voor alle zoekenden is het behulpzaam om eerst de eigen verwachtingen te toetsen met vragen als:
* Wat zoek ik bij het boeddhisme?
* Wat verwacht ik van een groep?
* Was hoop ik bij een 'leraar' te verkrijgen?
* Zijn mijn verwachtingen realistisch?
Verder kunnen de volgende vragen ook nog behulpzaam zijn:
* Wat is mijn motivatie voor het begaan van het 'boeddhistische pad' ?
* Wat fascineert me in het boeddhisme?
* Ben ik gevoelig voor heilsgeschiedenissen of heilsverwachtingen?
* Welke rol spelen mijn behoeften voor de zekerheid, veiligheid, bevestiging en erkenning in m'n deelname aan een groep?
* Heb ik de indruk dat ik de groep net zo makkelijk kan verlaten als toen ik er binnenkwam?
* Heb ik de vrije keuze om contacten binnen en buiten de groep te onderhouden?
* Kan ik bekritiseren zonder te worden gediscrimineerd of veroordeeld?
* Staat in de groep de leer van Boeddha centraal of de leraren?
* Zijn de leraren gekwalificeerd door een grondige kennis van de boeddhistische leer en door hun eigen ervaring?
* Proberen de leraren zelf te leven volgens de leer van de Boeddha?
* Zijn de leraren en de desbetreffende groep ingebed in de eigen traditie?
* Zijn er contacten en uitwisselingen met andere groepen en leraren?
* Is er een bevestiging door andere erkende leraren?
* Ontstaat er afhankelijkheden in de relatie tussen leraar en leerling?
* Wat is de rol van titels, machtigingen en "carrièremogelijkheden" voor mij?
* Is er financiële transparantie in de organisatie?
* Is er in de groep sprake van 'vrijgevigheid'?
* Heb ik mijn financiële onafhankelijkheid weggegeven?
* Geef ik meer uit (aan de groep) dan in mijn omstandigheden verstandig is? Ben ik in schulden geraakt? Is dat bij anderen in de groep het geval?
* Wordt bij het werven van nieuwe leerlingen of bij oproepen tot vrijgevigheid agressieve methoden gehanteerd?
* Word ik in het (vrijwilligers)werk dat ik doe, uitgebuit?
* Worden er seksuele relaties aangemoedigd, die onheilzame gevolgen hebben?
* Wordt er druk of geweld uitgeoefend op mij of op andere leden van de groep?
* Worden optredende schuldgevoelens gebruikt of zelfs versterkt; of wordt er hulp geboden in het overwinnen ervan?
* Is er sprake van laster, verkeerde informatie of minachting voor critici, andersdenkenden of andere groepen, leraren of tradities?
* Worden andere leraren en andere vormen van beoefening op een de waarde ervan aanduidende manier genoemd of aanbevolen?
* Word ik gemotiveerd in het nemen van m'n eigen verantwoordelijkheid en in m'n zelfrespect?
CONCLUSIE
Heilzame structuren worden gekenmerkt door openheid, ook voor vragen en kritiek.
Leerlingen hebben in zulke structuren ruimte om eigen en ook afwijkende meningen te uiten.
Zij kunnen het geleerde door eigen studie toetsen.
Het staat hen vrij de groep of de leraar op elk door hen gekozen moment te verlaten.
======================================================================
Tot zover deze vertaling.
De handleiding vervolgt met het citeren van een deel van de toespraak van de Boeddha aan de Kalama's die de eigen verantwoordelijkheid van de individuele spirituele zoekende benadrukt.
Anguttara Nikaya, 3-66, zie voor Nederlandse vertaling bijvoorbeeld hier . Ik neem dit citaat uit de Pali Canon niet over omdat de Kalama Sutta, hoe waar het ook is wat er in staat, nog al eens misbruikt is om te argumenteren als zou iedereen zelf zou mogen bepalen wat de inhoud van de Dharma, van het boeddhisme, is.
Ik zou er twee vragen aan willen toevoegen waarbij wederom niet alleen aan Zen.Nl gedacht moet worden:
! * Als een groep zich 'Zen ' noemt maar elke verwijzing naar 'boeddhisme' ontbreekt,
! waarom wordt dan eigenlijk het woord 'Zen' in de aanduiding gebruikt ?
! * Als een groep als doel van de beoefening 'meditatie ' noemt en elke verwijzing
! naar het boeddhisme ontbreekt, op welke filosofie of levensbeschouwing
! baseert (de leraar van) deze groep zich dan eigenlijk?
======================================================================
Eigenlijk was ik opzoek naar een procedure of instantie bij de Deutsche Buddhistische Union (DBU) die ingeschakeld kan worden bij laakbaar gedrag van een boeddhistische leraar en/of groep.
Naast de hierboven vertaalde leidraad vond ik zoiets niet.
Wat er nog het dichtste bij kwam, is de website www.buddhistische-sekten.de/ van een (individuele) boeddhistische monnik.
Hier vond ik wel de resultaten van zijn pogingen, de DBU de activiteiten aan te zetten t.a.v. boeddhistische sekten en misbruik. Genoemde leidraad is een van de resultaten ervan.
Verder dit citaat over de meest actuele stand van zaken, dat ik onvertaald laat:
" Auf Initiative Franz Johannes Litschs gab es zur Mitgliederversammlung der DBU am 25. April 2011 einen Workshop zum Thema »Missbrauch«. Dem Workshop waren mehrere Ereignisse in buddhistischen Gemeinschaften in Deutschland vorausgegangen. Von den ca. 50 Teilnehmern des Workshops wurde einstimmig beschlossen, qualifizierte Ansprechpartner und Strukturen innerhalb der DBU zu schaffen, die zweifelnden, irritierten oder aktuell betroffenen Menschen die nötige Unterstützung und Informationen geben. Auch wurde die schon lange von Franz Johannes Litsch vorgeschlagene Idee der Einrichtung eines »Ethik-Rates« und das Aufstellen eines Lehrer-Verhaltenskodex aufgegriffen. Zur Umsetzung dieser Anliegen wurde eine Arbeitsgruppe »Ethikrat« gegründet, die ihr erstes Treffen vom 26.08.–28.08.2011 im Shambala Zentrum in Marburg hatte. Das 2. Treffen dieser Arbeitsgruppe fand vom 16.03.–18.03.2012 in Fulda statt; dabei wurde sich vor allem auf die Erarbeitung einer »Ethik Charta« konzentriert. "
Zie bron .
Conclusie:
Er zit dus iets – in de richting van een ' Ethische Commissie ' - aan te komen, maar er is geen kant en klaar model waarvan in Nederland gebruik kan worden gemaakt.
De DBU is de Duitse BUN, maar dan aanmerkelijk beter georganiseerd, ze hebben bijvoorbeeld al jaren een vorm om 'ongeorganiseerde boeddhisten' toch een rol in hun organisatie te kunnen laten spelen.
Hieronder vertaal ik deze leidraad, die volgens mij ook voor de situatie in Nederland (en dan denk ik niet alleen aan Zen.Nl maar breder) bruikbaar is.
Wel valt me op dat hier voor ons (Nederlandse) doen vanzelfsprekend van deelname aan expliciet boeddhistische groepen sprake is. In Nederland is dat juist niet altijd duidelijk. Vandaar dat ik in een nawoord twee vragen ten behoeve van het zoeken en de zelfreflectie toevoeg.
Voor het Duitse origineel, zie hier . De oorspronkelijke titel luidt: 'Heilsame und unheilsame Strukturen in Gruppen ' en is in 2007 door de DBU vastgesteld. Al is het maar twee pagina's, het is - ook in de ogen van de DBU-mensen zelf - een 'zwaar' stuk, er zit veel ervaring in verwerkt !
======================================================================
Update 15 mei
Ik had de DBU toestemming gevraagd, zo'n groot (vertaald) citaat uit hun 'handreiking' te mogen gebruiken.
Hun prachtige reactie (mooier dan mijn Duits): " das ist doch wunderbar, wenn unsere Handreichung auch zum Nutzen von Wesen ist, die in den Niederlanden leben. ;-)
Van alle teksten die ik de afgelopen jaren op deze blog heb gezet, heeft deze de meeste reacties opgeleverd, hier en op andere blogs/sites.
======================================================================
" Deze leidraad is bedoeld voor al diegenen die zich bezighouden met de leer van de Boeddha en op hun 'pad' in een groep ('sangha') door een leraar worden begeleid.
Onze motivatie voor het formuleren van deze leidraad is de behoefte aan bescherming en het voorkomen van problemen voor onszelf, voor onze (boeddhistische) groep en voor al degenen die aan het begin van hun 'pad' staan.
Duidelijkheid over de eigen motivatie biedt bescherming en steun om het heilzame tot stand te brengen en het onheilzame te vermijden.
De maatschappij waarin wij leven, is gebaseerd op de mensenrechten en de grondrechten die worden gegarandeerd door de grondwet. De 2500 jaar geleden door de Boeddha onderwezen ethiek is in overeenstemming met deze principes - ze moeten ook worden weerspiegeld in de structuren van de boeddhistische groepen.
De Boeddha zegt dat alle levende wezens de potentie hebben tot het volledige ontwaken. Op weg om dit potentieel te bereiken, echter, komen we veel obstakels tegen. Daar kunnen ook ongezonde groeps-structuren onder vallen die we hier willen beschrijven.
In elke vermeende aberratie is ook een positieve ontwikkeling verborgen, zolang we onszelf toestaan om onze situatie te spiegelen en om fouten te corrigeren. De persoonlijke keuzevrijheid kan steeds opnieuw worden veroverd.
In deze zin willen we aansporingen tot nadenken geven en de mensen aanmoedigen om de eigen perceptie en intuïtie te vertrouwen en zich een eigen oordeel te vormen.
De volgende vragen zijn bedoeld als een gids voor beginners, en tegelijkertijd een aansporing tot zelfreflectie van degenen al langer in een groep zitten.
Voor alle zoekenden is het behulpzaam om eerst de eigen verwachtingen te toetsen met vragen als:
* Wat zoek ik bij het boeddhisme?
* Wat verwacht ik van een groep?
* Was hoop ik bij een 'leraar' te verkrijgen?
* Zijn mijn verwachtingen realistisch?
Verder kunnen de volgende vragen ook nog behulpzaam zijn:
* Wat is mijn motivatie voor het begaan van het 'boeddhistische pad' ?
* Wat fascineert me in het boeddhisme?
* Ben ik gevoelig voor heilsgeschiedenissen of heilsverwachtingen?
* Welke rol spelen mijn behoeften voor de zekerheid, veiligheid, bevestiging en erkenning in m'n deelname aan een groep?
* Heb ik de indruk dat ik de groep net zo makkelijk kan verlaten als toen ik er binnenkwam?
* Heb ik de vrije keuze om contacten binnen en buiten de groep te onderhouden?
* Kan ik bekritiseren zonder te worden gediscrimineerd of veroordeeld?
* Staat in de groep de leer van Boeddha centraal of de leraren?
* Zijn de leraren gekwalificeerd door een grondige kennis van de boeddhistische leer en door hun eigen ervaring?
* Proberen de leraren zelf te leven volgens de leer van de Boeddha?
* Zijn de leraren en de desbetreffende groep ingebed in de eigen traditie?
* Zijn er contacten en uitwisselingen met andere groepen en leraren?
* Is er een bevestiging door andere erkende leraren?
* Ontstaat er afhankelijkheden in de relatie tussen leraar en leerling?
* Wat is de rol van titels, machtigingen en "carrièremogelijkheden" voor mij?
* Is er financiële transparantie in de organisatie?
* Is er in de groep sprake van 'vrijgevigheid'?
* Heb ik mijn financiële onafhankelijkheid weggegeven?
* Geef ik meer uit (aan de groep) dan in mijn omstandigheden verstandig is? Ben ik in schulden geraakt? Is dat bij anderen in de groep het geval?
* Wordt bij het werven van nieuwe leerlingen of bij oproepen tot vrijgevigheid agressieve methoden gehanteerd?
* Word ik in het (vrijwilligers)werk dat ik doe, uitgebuit?
* Worden er seksuele relaties aangemoedigd, die onheilzame gevolgen hebben?
* Wordt er druk of geweld uitgeoefend op mij of op andere leden van de groep?
* Worden optredende schuldgevoelens gebruikt of zelfs versterkt; of wordt er hulp geboden in het overwinnen ervan?
* Is er sprake van laster, verkeerde informatie of minachting voor critici, andersdenkenden of andere groepen, leraren of tradities?
* Worden andere leraren en andere vormen van beoefening op een de waarde ervan aanduidende manier genoemd of aanbevolen?
* Word ik gemotiveerd in het nemen van m'n eigen verantwoordelijkheid en in m'n zelfrespect?
CONCLUSIE
Heilzame structuren worden gekenmerkt door openheid, ook voor vragen en kritiek.
Leerlingen hebben in zulke structuren ruimte om eigen en ook afwijkende meningen te uiten.
Zij kunnen het geleerde door eigen studie toetsen.
Het staat hen vrij de groep of de leraar op elk door hen gekozen moment te verlaten.
======================================================================
Tot zover deze vertaling.
De handleiding vervolgt met het citeren van een deel van de toespraak van de Boeddha aan de Kalama's die de eigen verantwoordelijkheid van de individuele spirituele zoekende benadrukt.
Anguttara Nikaya, 3-66, zie voor Nederlandse vertaling bijvoorbeeld hier . Ik neem dit citaat uit de Pali Canon niet over omdat de Kalama Sutta, hoe waar het ook is wat er in staat, nog al eens misbruikt is om te argumenteren als zou iedereen zelf zou mogen bepalen wat de inhoud van de Dharma, van het boeddhisme, is.
Ik zou er twee vragen aan willen toevoegen waarbij wederom niet alleen aan Zen.Nl gedacht moet worden:
! * Als een groep zich 'Zen ' noemt maar elke verwijzing naar 'boeddhisme' ontbreekt,
! waarom wordt dan eigenlijk het woord 'Zen' in de aanduiding gebruikt ?
! * Als een groep als doel van de beoefening 'meditatie ' noemt en elke verwijzing
! naar het boeddhisme ontbreekt, op welke filosofie of levensbeschouwing
! baseert (de leraar van) deze groep zich dan eigenlijk?
======================================================================
Eigenlijk was ik opzoek naar een procedure of instantie bij de Deutsche Buddhistische Union (DBU) die ingeschakeld kan worden bij laakbaar gedrag van een boeddhistische leraar en/of groep.
Naast de hierboven vertaalde leidraad vond ik zoiets niet.
Wat er nog het dichtste bij kwam, is de website www.buddhistische-sekten.de/ van een (individuele) boeddhistische monnik.
Hier vond ik wel de resultaten van zijn pogingen, de DBU de activiteiten aan te zetten t.a.v. boeddhistische sekten en misbruik. Genoemde leidraad is een van de resultaten ervan.
Verder dit citaat over de meest actuele stand van zaken, dat ik onvertaald laat:
" Auf Initiative Franz Johannes Litschs gab es zur Mitgliederversammlung der DBU am 25. April 2011 einen Workshop zum Thema »Missbrauch«. Dem Workshop waren mehrere Ereignisse in buddhistischen Gemeinschaften in Deutschland vorausgegangen. Von den ca. 50 Teilnehmern des Workshops wurde einstimmig beschlossen, qualifizierte Ansprechpartner und Strukturen innerhalb der DBU zu schaffen, die zweifelnden, irritierten oder aktuell betroffenen Menschen die nötige Unterstützung und Informationen geben. Auch wurde die schon lange von Franz Johannes Litsch vorgeschlagene Idee der Einrichtung eines »Ethik-Rates« und das Aufstellen eines Lehrer-Verhaltenskodex aufgegriffen. Zur Umsetzung dieser Anliegen wurde eine Arbeitsgruppe »Ethikrat« gegründet, die ihr erstes Treffen vom 26.08.–28.08.2011 im Shambala Zentrum in Marburg hatte. Das 2. Treffen dieser Arbeitsgruppe fand vom 16.03.–18.03.2012 in Fulda statt; dabei wurde sich vor allem auf die Erarbeitung einer »Ethik Charta« konzentriert. "
Zie bron .
Conclusie:
Er zit dus iets – in de richting van een ' Ethische Commissie ' - aan te komen, maar er is geen kant en klaar model waarvan in Nederland gebruik kan worden gemaakt.
zondag 28 april 2013
Kan ik de droom voor ons land over fundamentele goedheid wel steunen? Toch niet !
Dit weekend kreeg ik, net als waarschijnlijk veel andere (bekende?) boeddhisten een mail van Han de Wit met de vraag of ik zijn droom wil steunen “ om het maatschappelijke boeddhisme van Shambhala te delen met onze landgenoten.
Er zijn 500 steunbetuigingen nodig om deze droom in het nationale droomboek te krijgen. Dit boek zal op 5 september worden aangeboden aan ons nieuwe koningspaar Willem-Alexander en Maxima. “
Zijn vraag: "Om deze droom te steunen ga naar Steun deze droom! "
Hij vraagt me tevens dit berichtje door te sturen naar m'n eigen netwerk.
Dat laatste doe ik in deze blog. Zie z'n tekst hieronder.
Echter, aan zijn verzoek om zijn droom te steunen, zal ik niet voldoen.
De reden is dat deze 'droom' gebaseerd is op de aanname van (koning) Shambhala over de fundamentele goedheid en dat deze aanname de mijne niet is.
' Fundamentele goedheid ' beschouw ik als een vertaling van ' boeddhanatuur '; en dat is niet iets waarin ik geloof.
De mens (ik in ieder geval) heeft goede eigenschappen en goede mogelijkheden; en heeft ook (en misschien wel: en vooral) slechte eigenschappen en slechte mogelijkheden.
En moet er vooral naar streven geen eigenschappen meer te hebben.
Die opvatting is wel niet puur Theravada maar zit er niet zo ver vandaan.
Eigenlijk kan je vanuit mijn visie boeddhistische principes niet zomaar vertalen naar principes van staatsinrichting. Het zijn principes van de bevrijding van, het ontwaken van de individu.
Vervolgens: als het dan moet gaan over hoe in ogen van boeddhisten de staat zou moeten functioneren, dan speelt de koning daarin – in Nederland in de 21e eeuw – nauwelijks een rol.
Dan gaat het om democratische principes en hoe ons te wapenen tegen bijna ongrijpbare internationale instituties zoals de banken.
Daar mag een portie wantrouwen best een rol in spelen.
Democratische controle is dan een mooier woord voor 'georganiseerd wantrouwen'.
Hierboven schreef ik over 'de staat'. En dat een andere (kleinere) aanleiding deze droom niet te steunen, helemaal geen droom te steunen. 'De staat' (der Nederlanden)' bestaat nauwelijks meer.
Hoewel Han dat onderscheid niet zo helder maakt, heeft het niet alleen over 'de staat', ook over 'de samenleving'.
Hij beweert: " Wantrouwen maakt dat mensen zich niet met elkaar willen of durven te verbinden. Ze zullen niet meer willen samenleven en samenwerken met anderen. Dat betekent dat een samenleving – op welk niveau dan ook, van gezin tot maatschappij – uiteenvalt en desintegreert tot ‘ieder voor zich en God voor ons allen’. "
Dat 'God voor allen' komt er uiteraard niet van maar die analyse deel ik niet. Een mengsel van empathie en licht wantrouwen is zo slecht niet om goed met bv je buren om te gaan.
Trouwens: gaat die samenleving van Han uit elkaar vallen of is dat al het geval?
Nog helemaal afgezien van het feit dat ik niets met het kroningsgedoe te maken wil hebben:
niet doen dus .
========================================================================
Tekst van ' De droom van dr. Han F. de Wit ' :
"Fundamentele goedheid: een boeddhistische droom voor ons land.
In het Boeddhisme bestaat een legende over het koninkrijk Shambhala en zijn koning Suchandra, die een leerling van de Boeddha was. Shambhala was een verlichte samenleving: ze was gebaseerd op principes, die de fundamentele goedheid van mensen wekken en bevorderen. De maatschappelijke taak van de koning was deze principes levend te houden.
Deze principes waren niet gebaseerd op een maatschappelijke theorie of ideologie, maar op een heel persoonlijke en tegelijk universele menselijke ervaring: de ervaring dat wij ten diepste goedwillende wezens zijn. We willen van ons leven en onze samenlevingsverbanden iets maken. Het ervaren van dat verlangen in onszelf wordt in Shambhala de ervaring van fundamentele goedheid genoemd. Die ervaring is van alle tijden en alle culturen. Ze is de vitaliteit van onszelf en van èlke cultuur. Maar als dit verlangen in de greep raakt van kortzichtigheid, vooroordelen en andere vormen van verwarring en blindheid, kan het tot de meest destructieve daden leiden. Diep wantrouwen ontstaat dan tegenover onze fundamentele goedheid.
Maar hoe gaat een samenleving eruit zien, die door wantrouwen en twijfel aan de goede gezindheid van anderen (en van onszelf!) wordt gevormd? Heeft zij toekomst? Misschien dat we onze eigen fundamentele goedheid soms nog wel vertrouwen, maar of die goedheid ook bij anderen aanwezig is… En dat wantrouwen hebben die anderen weer tegenover ons! Wantrouwen maakt dat mensen zich niet met elkaar willen of durven te verbinden. Ze zullen niet meer willen samenleven en samenwerken met anderen. Dat betekent dat een samenleving – op welk niveau dan ook, van gezin tot maatschappij – uiteenvalt en desintegreert tot ‘ieder voor zich en God voor ons allen’.
Mijn droom voor ons land is, dat we onder koning Willem Alexander onze fundamentele goedheid bij onszelf en bij anderen steeds meer leren te ontdekken en te vertrouwen. En dat we deze ervaring als grondprincipe gebruiken voor de manier waarop we onze samenleving vormgeven.
Wij delen deze droom
Er zijn 500 steunbetuigingen nodig om deze droom in het nationale droomboek te krijgen. Dit boek zal op 5 september worden aangeboden aan ons nieuwe koningspaar Willem-Alexander en Maxima.
Ik zie dit als een prachtige kans om het maatschappelijke boeddhisme van Shambhala te delen met onze landgenoten. Om deze droom te steunen ga naar Steun deze droom! En misschien ook goed om dit berichtje door te sturen naar je eigen netwerk?
Bij voorbaat dank!
Met vriendelijke groet,
Han F. de Wit
Er zijn 500 steunbetuigingen nodig om deze droom in het nationale droomboek te krijgen. Dit boek zal op 5 september worden aangeboden aan ons nieuwe koningspaar Willem-Alexander en Maxima. “
Zijn vraag: "Om deze droom te steunen ga naar Steun deze droom! "
Hij vraagt me tevens dit berichtje door te sturen naar m'n eigen netwerk.
Dat laatste doe ik in deze blog. Zie z'n tekst hieronder.
Echter, aan zijn verzoek om zijn droom te steunen, zal ik niet voldoen.
De reden is dat deze 'droom' gebaseerd is op de aanname van (koning) Shambhala over de fundamentele goedheid en dat deze aanname de mijne niet is.
' Fundamentele goedheid ' beschouw ik als een vertaling van ' boeddhanatuur '; en dat is niet iets waarin ik geloof.
De mens (ik in ieder geval) heeft goede eigenschappen en goede mogelijkheden; en heeft ook (en misschien wel: en vooral) slechte eigenschappen en slechte mogelijkheden.
En moet er vooral naar streven geen eigenschappen meer te hebben.
Die opvatting is wel niet puur Theravada maar zit er niet zo ver vandaan.
Eigenlijk kan je vanuit mijn visie boeddhistische principes niet zomaar vertalen naar principes van staatsinrichting. Het zijn principes van de bevrijding van, het ontwaken van de individu.
Vervolgens: als het dan moet gaan over hoe in ogen van boeddhisten de staat zou moeten functioneren, dan speelt de koning daarin – in Nederland in de 21e eeuw – nauwelijks een rol.
Dan gaat het om democratische principes en hoe ons te wapenen tegen bijna ongrijpbare internationale instituties zoals de banken.
Daar mag een portie wantrouwen best een rol in spelen.
Democratische controle is dan een mooier woord voor 'georganiseerd wantrouwen'.
Hierboven schreef ik over 'de staat'. En dat een andere (kleinere) aanleiding deze droom niet te steunen, helemaal geen droom te steunen. 'De staat' (der Nederlanden)' bestaat nauwelijks meer.
Hoewel Han dat onderscheid niet zo helder maakt, heeft het niet alleen over 'de staat', ook over 'de samenleving'.
Hij beweert: " Wantrouwen maakt dat mensen zich niet met elkaar willen of durven te verbinden. Ze zullen niet meer willen samenleven en samenwerken met anderen. Dat betekent dat een samenleving – op welk niveau dan ook, van gezin tot maatschappij – uiteenvalt en desintegreert tot ‘ieder voor zich en God voor ons allen’. "
Dat 'God voor allen' komt er uiteraard niet van maar die analyse deel ik niet. Een mengsel van empathie en licht wantrouwen is zo slecht niet om goed met bv je buren om te gaan.
Trouwens: gaat die samenleving van Han uit elkaar vallen of is dat al het geval?
Nog helemaal afgezien van het feit dat ik niets met het kroningsgedoe te maken wil hebben:
niet doen dus .
========================================================================
Tekst van ' De droom van dr. Han F. de Wit ' :
"Fundamentele goedheid: een boeddhistische droom voor ons land.
In het Boeddhisme bestaat een legende over het koninkrijk Shambhala en zijn koning Suchandra, die een leerling van de Boeddha was. Shambhala was een verlichte samenleving: ze was gebaseerd op principes, die de fundamentele goedheid van mensen wekken en bevorderen. De maatschappelijke taak van de koning was deze principes levend te houden.
Deze principes waren niet gebaseerd op een maatschappelijke theorie of ideologie, maar op een heel persoonlijke en tegelijk universele menselijke ervaring: de ervaring dat wij ten diepste goedwillende wezens zijn. We willen van ons leven en onze samenlevingsverbanden iets maken. Het ervaren van dat verlangen in onszelf wordt in Shambhala de ervaring van fundamentele goedheid genoemd. Die ervaring is van alle tijden en alle culturen. Ze is de vitaliteit van onszelf en van èlke cultuur. Maar als dit verlangen in de greep raakt van kortzichtigheid, vooroordelen en andere vormen van verwarring en blindheid, kan het tot de meest destructieve daden leiden. Diep wantrouwen ontstaat dan tegenover onze fundamentele goedheid.
Maar hoe gaat een samenleving eruit zien, die door wantrouwen en twijfel aan de goede gezindheid van anderen (en van onszelf!) wordt gevormd? Heeft zij toekomst? Misschien dat we onze eigen fundamentele goedheid soms nog wel vertrouwen, maar of die goedheid ook bij anderen aanwezig is… En dat wantrouwen hebben die anderen weer tegenover ons! Wantrouwen maakt dat mensen zich niet met elkaar willen of durven te verbinden. Ze zullen niet meer willen samenleven en samenwerken met anderen. Dat betekent dat een samenleving – op welk niveau dan ook, van gezin tot maatschappij – uiteenvalt en desintegreert tot ‘ieder voor zich en God voor ons allen’.
Mijn droom voor ons land is, dat we onder koning Willem Alexander onze fundamentele goedheid bij onszelf en bij anderen steeds meer leren te ontdekken en te vertrouwen. En dat we deze ervaring als grondprincipe gebruiken voor de manier waarop we onze samenleving vormgeven.
Wij delen deze droom
Er zijn 500 steunbetuigingen nodig om deze droom in het nationale droomboek te krijgen. Dit boek zal op 5 september worden aangeboden aan ons nieuwe koningspaar Willem-Alexander en Maxima.
Ik zie dit als een prachtige kans om het maatschappelijke boeddhisme van Shambhala te delen met onze landgenoten. Om deze droom te steunen ga naar Steun deze droom! En misschien ook goed om dit berichtje door te sturen naar je eigen netwerk?
Bij voorbaat dank!
Met vriendelijke groet,
Han F. de Wit
Abonneren op:
Posts (Atom)